1

10 dingen die ik niet bezit

Je ziet ze wel eens op YouTube passeren; filmpjes waarin minimalisten opsommen wat ze niet (langer) kopen of bezitten. Niet dat ik mezelf een minimalist wil noemen, maar ik kan vrij gemakkelijk een lijstje samenstellen met dingen die anderen wél in huis hebben en ik niet.

1. Make up, nagellak en parfum. Make up is sowieso niet aan mij besteed. In de zomer laat ik dochterlief mijn teennagels wel eens lakken en dat gebeurt dan met een kleurtje uit haar zeer uitgebreide collectie. Van de meeste parfums krijg ik ontzettende hoofdpijn. Ze blijven ook vaak te lang staan, waardoor ze slecht worden en dat vind ik dan weer zonde van het geld.

2. Een wekkerradio. Ik heb er jaren eentje op mijn nachtkastje gehad, met de ledjes op minimale stand. Maar zelfs dat verstoorde mijn slaappatroon. Dat ontdek je dan tijdens een vakantie, wanneer je de wekker uit het stopcontact hebt getrokken en per ongeluk vergeten bent hem terug in te steken. Ik merkte pas na een paar dagen dat ik geen wekker meer had, maar wel bangelijk goed had geslapen. Exit wekker – hij verhuisde naar de kamer naast ons, waar het toestel van dochterlief net de geest had gegeven. Sindsdien gebruik ik mijn horloge als wekker. Maar meestal ben ik voor het eerste biepje al uit bed.

3. Wasverzachter. Wasverzachter komt bij ons al jaren niet meer in huis. In het begin gebruikte ik een scheutje azijn als vervanger, maar wanneer je een droogkast gebruikt is dat nergens voor nodig. (Weinig ecologisch, ik weet het. Maar dat stukje comfort wil ik mezelf niet ontnemen.)

4. Een chique servies. Of zelfs een volledig servies. Toen we 21 jaar geleden gingen samenwonen, kochten we een servies bij IKEA. Nadat daar wat stukken van gesneuveld waren, kochten we een bijpassende set. Idem dito met het bestek. We hadden allebei een aantal glazen en mokken, die doorheen de jaren zijn aangevuld met cadeautjes en gratis exemplaren. De ontbijtkom die ik op kot had, staat ook nog in de kast (wel met een paar stukjes af). Al bij al hebben we meer dan genoeg spullen in de kast staan.

5. Keukenrol. Mijn verstand was onlangs (nog maar eens) te klein toen een Amerikaanse YouTube-ster vol trots haar “unpaper towels” aan de kijker toonde. Het kind is ongeveer half zo oud als ik en ze dacht dus echt dat de papieren keukenrol al altijd heeft bestaan en dat de hippe nieuwe generatie een geweldige prestatie leverde door een stoffen variant uit te vinden. Soit, ik gebruik dus vodden.

6. Een broeksriem. Ik kan me vaag herinneren dat ik er ooit eentje heb gehad. Een dunne witte, als ik me niet vergis. Maar aangezien ik altijd echt heel erg veel te lang wacht om naar het toilet te gaan, denk ik niet dat broeksriemen aan mij besteed zijn.

7. Een bedframe. Toen we ons 1e servies aankochten, roofden we ineens de rest van IKEA leeg en kwamen we o.a. ook nog met een slaapkamer thuis. Een metalen frame, met een oprolbare lattenbodem (houten latjes die met een rolluiklint aan elkaar bevestigd waren) en een matras. 10 jaar verder in het leven kochten 2 aparte matrassen en een deftige lattenbodem, die niet op het frame paste. In plaats van ons nog eens de kop te breken over welk nieuw bedframe we wilden, lieten we pootjes onder de lattenbodems zetten. En kijk, zo doen we het 10 jaar later nog steeds.

8. Een boekenrek vol boeken die stof verzamelen. We hebben een erg kleine collectie eigen boeken en daarnaast het gigantische aanbod van de Antwerpse bibliotheken en mijn Kobo Plus-abonnement. Onze cd’s zijn allemaal gedigitaliseerd. De fysieke dragers zijn op zolder opgeborgen, de digitale bestanden staan op onze NAS. DVD’s hebben we niet.

9. Een friteuse of airfryer. Een friteuse zal sowieso nooit in huis komen. Op dit moment trek ik mijn plan met onze oven en tripjes naar de frituur. Maar ik sluit niet uit dat er op termijn een extra toestel in onze keuken komt te staan. Maar waar dan? En welk? Zoveel vragen!

10. Aai-dingen, zoals iPad, iPhone, iWatch en iCloud. Ooit had ik een iPod Shuffle, maar daar is het dan ook bij gebleven op gebied van Apple-producten. Ik zou mezelf doodgraag een tijdje loslaten op een MacBook Pro, maar tot ik de Lotto win werk ik rustig verder op mijn Asus-laptop van 2014.

Welke spullen heb jij niet, die anderen wel hebben? Of andersom: wat heb jij wél, dat anderen niet hebben? Laat het me hieronder weten!




Composteerbaar… niet altijd waar!

Onze favoriete pizzaboer gebruikt 100% composteerbare dozen om zijn pizza’s te verpakken. Ze zijn gemaakt van een residu dat overblijft wanneer suiker uit de suikerrietplant wordt gehaald en kunnen volgens de producent zonder problemen in de gft-bak of groene zak. Bij ons verdwijnen ze in de nooit-volledig-gevuld-rakende compostbak.

Toen ik mijn tweedehands smartphone kocht, ging ik meteen op zoek naar een composteerbaar beschermhoesje. Want ja, die bestaan tegenwoordig. Ze worden gemaakt van biopolymeren, al dan niet in combinatie met een restproduct van stro. (Er zijn natuurlijk ook hoesjes van gerecycleerd plastiek, maar dat is vandaag even niet aan de orde.)

Maar of die in de gft-bak kunnen? Ik ging op onderzoek en kwam na een lange zoektocht met een rugzak vol kennis weer naar huis. Al bleven er wel wat vragen.

Hieronder een verslag.

“Recycleerbaar” en “biodegradeerbaar” worden allebei te pas en te onpas in de mond genomen en vaak als synoniemen gebruikt. Dat klopt niet. Ze wonen in dezelfde ecologische straat, maar er is een verschil.

  • Biodegradatie is een proces waarbij stoffen worden afgebroken door activiteit van micro-organismen. Biologische afbraak gebeurt met name door bacteriën en schimmels, die materiaal dat bestaat uit organische verbindingen als voedsel gebruiken.
  • Composteren gaat nog een stap verder. Composteren is het proces van recyclen van organisch materiaal. Het resultaat van dit proces is compost, een humusproduct dat organismen bevat en gemineraliseerde elementen die voedsel zijn voor planten.
  • Het grote verschil met biodegradatie is dat compost op zijn beurt een voedingsbodem biedt voor andere organismen. 

Composteren kan je op 2 manieren:

  • Industrieel composteren onder gecontroleerde omstandigheden (o.a. temperaturen tussen de 55 en 60 graden Celsius, vochtigheid, beluchting en de aanwezigheid van micro-organismen). Minstens 90% van het product breekt binnen 12 weken af tot deeltjes van minder dan 2 mm.
  • Thuiscomposteren, waarbij je afhankelijk bent van de weersomstandigheden. Door het relatief kleinere afvalvolume is de temperatuur in een thuiscomposthoop sowieso lager en minder constant dan in een industriële omgeving.

In feite is “tuincomposthoop” een beter woord dan “thuiscomposthoop”, want er zijn ook recyclageparken en samentuinen/ecologische tuinen waar compost wordt gemaakt en verkocht. Op ambachtelijke wijze dus.

Terug naar het begin. Zolang ik niet enkel pizza’s eet en nog ander organisch materiaal in de compostbak gooi, komt dat wel goed. Maar hoe zit het met mijn beschermhoesje? Ooit komt de dag waarop het ding einde leven is en wat doe ik er dan mee?

Ik schreef niet voor niets “met een rugzak vol kennis weer naar huis.”.

Want bij mij thuis zijn de regels rond wat er in de groente-, fruit- en tuinafvalzak kan anders dan waar ik werk. En waar ik werk zijn de regels anders dan waar de heer des huizes werkt. En al die locaties liggen op een steenworp afstand van elkaar.

Huh? Mja… Ik wilde eerst schrijven “België zou België niet zijn”, maar het is een wereldwijd probleem dat te maken heeft met wie afval verwerkt en hoe dat gedaan wordt.

Info op de website van de stad Antwerpen (= waar ik woon): “De stad haalt groente-, fruit- en tuinafval (gft) afzonderlijk op. Dat is alles wat organisch afbreekbaar is. Gft-afval mag u wekelijks aanbieden op de stoep of in een sorteerstraatje.“. De concrete invulling van wat wel en wat niet mag, is hier te vinden. Een composteerbaar smartphonehoesje is – niet verwonderlijk – nergens op de lijst terug te vinden. Waar het gft naartoe gaat, wordt nergens vermeld.

De heer des huizes werkt in Kapellen. Het lijstje met wat daar in de gft-zak mag, is terug te vinden op de Recycle!-website en lijkt heel erg hard op dat van Antwerpen. Groot verschil: mest van kleine huisdieren (cavia, konijn) kan in Antwerpen wel mee in de zak, in Kapellen niet. Verder geeft de website nog mee: “Het groente-, fruit- en tuinafval mag samen met het niet-recycleerbaar papier (bv. papieren servetten, papieren koffiefilters, …) aangeboden worden voor de huis-aan-huisophaling zodat het gecomposteerd kan worden in de installaties van IGEAN. Op deze manier wordt dit afval verwerkt tot kwaliteitsvolle compost. Toch hangt de kwaliteit van de compost niet enkel af van het verwerkingsproces, maar van de kwaliteit van het aangeboden afval. Het is dus belangrijk dat je thuis goed sorteert.”. En daarmee weten we meteen dat het afval naar de installaties van IGEAN gaat. Industriële compostering dus.

In Brasschaat (= waar ik werk) mag er veel minder in de gft-zak. En gelukkig weet ik waarom, want ik had nog een aantal andere vragen voor IGEAN, maar op die mails kreeg ik nooit een antwoord.

Wat mag er wél?

– afval van groenten (loof, schillen,…), fruit en aardappelen 
– koffiedik en papieren koffiefilters 
– theebladeren 
– notendoppen, pitten van vruchten 
– gras, bladeren, plantenresten (zonder kluit) 
– haagscheersel (klein) en houtkrullen (onbehandeld)

Alles wat niet op dat lijstje staat, maar wel wordt aangeleverd, wordt op het recyclagepark van Brasschaat manueel door de compostmeester uit de gft-bergen gehaald. Want jawel, Brasschaat kiest voor compostering onder de blote hemel. Brasschaatse inwoners kunnen compost gratis afhalen, bedrijven betalen een kleine bijdrage.

Als ik het al in mijn hoofd zou halen om dat composteerbare smartphonehoesje in een composthoop te verstoppen (wat perfect kan aangezien Aralea vlak naast het recyclagepark zit en er een doorsteek is tussen beide bedrijven), haalt de compostmeester dat er binnen de kortste keren uit. En aangezien die compostmeester dezelfde werkgever heeft als ik (en wordt uitbesteed aan de gemeente Brasschaat), zal ik me maar gewoon gedragen.

Zat ik dus nog met de vraag waar mijn gft naartoe gaat wanneer ik een zak op straat zet (of waar het gft van de buren naartoe gaat, want wij gebruiken geen zakken). Ik ging underground en kwam te weten dat Antwerpen huisvuilkundig is opgedeeld in 3 sectoren: noord, midden en zuid. Het groente-, fruit- en tuinafval van onze sector gaat naar Renewi, uit te spreken als “rie njoe wie”. Renewi ontstond in 2017 na een fusie van Van Gansewinkel Groep en Shanks Group.

(De andere sectoren zouden naar IGEAN gaan. Wat vreemd is als je weet dat de Antwerpenaar wél mest van kleine huisdieren mag afvoeren via de groene weg en de inwoner van Kapellen dat niet mag. Tenzij iemand vergat een website aan te passen, wat natuurlijk ook kan. Maar zoals ik al schreef: ik wacht op een reactie van IGEAN.)

Op de bijzonder informatieve site van Renewi kwam ik te weten dat ook zij industrieel composteren. Ha! Mijn composteerbaar smartphonehoesje kan dus gecomposteerd worden? Mja… Euh… Ik botste al snel op een stukje over problemen met bio-based plastic verpakkingen; die nog steeds als plastics beschouwd worden. Even later begon ik me af te vragen of er bij industriële compostering niet ook nog een kwaliteitscontrole op de instroom moet plaatsvinden. Want anders kan je toch eender wat in je zak proppen? En dan is de kwaliteit van het compost om zeep.

Telefoontje naar Renewi, waar de telefoniste me vriendelijk doorverwees naar “de collega’s van marketing en communicatie”. Blijkbaar mogen die mensen niet telefoneren, want ik moest mijn vraag per mail overmaken.

Voel je de bui al hangen? Jawel… Bij Renewi mailen ze al net zo graag als bij IGEAN. Maar geen nood: ik voorzie dat ik pas binnen 4 jaar afscheid neem van mijn smartphonehoesje en tegen die tijd zal er hopelijk meer duidelijkheid bestaan over dat soort producten. (Mocht ik in tussentijd wijzer worden, dan laat ik het meteen weten!)

Moraal van het verhaal: hoe minder je koopt, hoe minder afval je hebt en hoe minder vraagtekens er opduiken in je leven.




’t Is beniesd!

Uit De Standaard van maandag 13 juni 2022:

“Het is al een bijzonder zwaar voorjaar geweest voor mensen met allergieën”, zegt bioloog Nicolas Bruffaerts van gezondheidsinstituut Sciensano. “Vorige zaterdag, op 4 juni, werden er in Brussel 433 pollenkorrels per vierkante meter gemeten. Dat is een record, de laatste veertig jaar was de dagelijkse pollenconcentratie nog nooit zo hoog. Al vanaf 50 korrels kunnen mensen die allergisch zijn symptomen krijgen.”

Nu vertelde meneer Bruffaerts weinig nieuws, want ik loop al weken te snuiten en te niezen. Maar het was wel leuk om even wetenschappelijk bewezen te krijgen dat het inderdaad een buitengewoon hooikoortsjaar is.

Laten we beginnen bij het begin. Wat is hooikoorts eigenlijk?

Hooikoorts is een allergie of overgevoeligheid voor stuifmeel. Dit kunnen graspollen zijn, pollen van bomen en/of pollen van (on)kruiden. De wetenschappelijke benaming is “allergische rinitis“, waarbij “rinitis” de geleerde term is voor “ontsteking van het neusslijmvlies”.

Hooikoorts is immunologisch gezien hetzelfde als een voedselallergie. Alleen reageer je via een ander orgaan (de neus ipv de mond) en al bij veel kleinere hoeveelheden.

Tussen de 20% en de 30% van de Belgen leidt aan en lijdt onder hooikoorts. Sommige mensen zijn allergisch aan 1 soort pollen; het merendeel ervaart problemen bij meerdere stuifmeelsoorten.

En dan heb je nog de gelukzakken (ongeveer 50% van alle hooikoortspatiënten) die een kruisallergie hebben voor bepaalde vruchten, groenten, granen, noten en/of zaden. Huisstofmijt en dierenharen? Jawel, zet die maar meteen mee op het lijstje van allergenen.

De aanleg voor hooikoorts is bij de geboorte al aanwezig, maar de klachten zijn vaak pas na een aantal jaar zichtbaar. Die aanleg is trouwens erfelijk bepaald. Heeft 1 van beide ouders hooikoorts, dan is de kans dat het kind het ook krijgt ongeveer 40%. Bij 2 ouders stijgt deze kans naar 70%.

De eerste niesbuien situeren zich gemiddeld tussen het 10e en het 30e levensjaar. Ik zat dus mooi op schema toen op mijn 11e hooikoorts werd vastgesteld. Dit kan op basis van een bloedafname en/of aan de hand van de huidpriktest (“krabbekes”). Er kan getest worden waarop je allergisch reageert, maar niet hoeveel last je hebt bij blootstelling aan pollen.

Het goede nieuws? Wat ik al jaren hoor: “ge kunt daar uit groeien“. Blijkbaar zijn er weinig 50-plussers met hooikoorts en verdwijnt de aandoening na “gemiddeld 10 tot 30 jaar”, maar op dat gebied ben ik toch al wel even voorbij de vervaldatum.

Hooikoorts is een type 1-allergie; de symptomen treden snel op bij blootstelling aan de allergenen. Je immuunsysteem reageert binnen enkele minuten (tot enkele uren). Bij een type 2-allergie, zoals een contactallergie, kan het langer duren voor er een reactie optreedt.

Hoe reageert het lichaam? Een grabbel uit het assortiment:

  • niezen
  • loopneus
  • verstopte neus
  • prikkende ogen
  • tranende ogen
  • pijnlijke keel
  • droge keel
  • jeukende oren
  • kriebelhoest
  • kortademigheid
  • koortsig gevoel

Koortsig gevoel? Hooi-koorts? Jawel!

Het was de Engelse arts John Bostock die in 1819 met de term hay fever op de proppen kwam tijdens een voordracht aan de Medical and Chirurgical Society Hij vertelde het publiek over “patiënt JB” (die hij eigenlijk zelf was, de stiekemerd) die elke zomer last kreeg van kriebelende ogen, niezen, last aan de bovenste luchtwegen en een koortsig gevoel. Het viel de patiënt op dat de symptomen beterden en zelfs weg bleven als hij in huis bleef. Ook aan zee verbeterde zijn situatie. De link met grassen/de hooiperiode was snel gelegd en zo ontstond de term hooikoorts.

In 1819…

Was er voorheen dan geen belangstelling voor het fenomeen? Wel, eigenlijk moet je de vraag anders stellen. “Bestond er voorheen dan geen hooikoorts?” is een betere formulering. Het antwoord is: amper. Zelfs in 1819 was het een randfenomeen. Het is pas in de jaren 70 van de vorige eeuw dat het aantal hooikoortspatiënten in de westerse wereld explosief toenam, terwijl het aantal in de 3e wereld gelijk bleef. Oorzaken? Op de allereerste plaats de toegenomen hygiëne, waardoor ons immuunsysteem zich gaat vervelen en in het wilde weg over-reageert. Daarnaast is er ook een rol weggelegd voor stress, vervuiling en voedingsgewoonten.

Nog meer goed nieuws: door de klimaatverandering begint het pollenseizoen steeds vroeger, duurt het alsmaar langer én vliegen er bovendien meer pollen door de lucht. Het stond in de gazet, dus het is waar 😉

Maar niet getreurd, want er zijn “oplossingen“:

  1. Je kan je wenden tot middeltjes om de symptomen te verzachten.
  2. Je kan proberen de pollen ter vermijden. (Je zal maar midden in het park werken…)
  3. Je kan kiezen voor immunotherapie. (Waarover ik erg veel uiteenlopende dingen heb gelezen en nog veel meer moet lezen voor ik me er een mening over kan vormen.)

Een taalkundige uitsmijter? Allez dan…

John Bostock kwam dus met hay fever op de proppen. De Nederlandstalige vertaling is hooikoorts, de Franse fièvre des foins en de Duitstalige Heuschnupfen. De Duitsers hebben dus geen koorts, ze gaan snuffen en snuiven van al dat hooi. In Noord-Europa leiden mensen aan hösnua, høysnue (de Noren en de Zweden snuiten), heinänuha (waarbij “nuha” staat voor “koud in het hoofd) en høfeber. De Polen hebben katar sienny (loopneus + koorts) terwijl de Hongaren szénanátha (hooiverkoudheid) hebben. De Spanjaarden doen het met fiebre del heno en de Italianen hebben febbre da fieno. De Portugezen houden het bijzonder correct op rinite alérgica.

Ik heb lang gezegd dat de lente en de herfst mijn favoriete seizoenen zijn. Maar na de zakdoekovergoten momenten van de voorbije weken ligt de herfst toch stevig op kop!




Vriendenboek

Een paar weken geleden duwde iemand-die-anoniem-wil-blijven me “Het geweldige vriendenboek voor volwassenen” in de hand. Of ik er alstublieft mijn ding mee wilde doen? Ja zenne. Want vriendenboekjes, da’s verdorie nostalgie! En ik zag meteen ook een leuk idee voor een blogje. Want een online versie heeft véél meer plek om onzinnige commentaren neer te pennen.

(De stukjes “over jou” en “over ons” laat ik weg. Kwestie van de anonimiteit te waarborgen…)

OVER MIJ

Mijn naam: Gewoon E

Mijn roepnaam: “Schat” en “mamaaah” scoren redelijk hoog.

Mijn adres: district Berendrecht-Zandvliet-Lillo, stad Antwerpen, provincie Antwerpen, Vlaanderen, België, Europa, aarde. (Ooit had ik een kinderatlas waar dat zo in stond.)

Ik ben geboren op: mijn verjaardag. Officieel 3 weken te vroeg, maar aangezien ik toen al 56 cm was denk ik dat er iemand verkeerd heeft gerekend.

Zo oud ben ik nu: 45 jaar.

Maar eigenlijk voel ik me … jaar. Dat hangt dus heel erg af van het tijdstip van de dag.

En dan nog wat social media aangelegenheden, maar aangezien je dit leest weet je me duidelijk te vinden.

Dit wilde ik later worden: leerkracht

Gelukkig/helaas doe ik nu dit: begeleiden van stagiairs, aanwerven van arbeiders en projecten waar niemand tijd voor heeft

Dit kan ik heel erg goed: structuur (en taal ook wel een beetje)

Hier ben ik waardeloos in: wiskunde (heel erg zelfs)

Ik heb er spijt van dat ik nooit: vroeger loopschoenen heb gekocht

Deze superkracht zou ik willen bezitten: I’m a mom, I already have superpowers 🙂

Nutteloos talentje van mij: random facts onthouden waar niemand een boodschap aan heeft

Zo ziet mijn ideale vrije dag eruit: lezen, wandelen, katten, schrijven en geen graspollen!

Deze historische gebeurtenis had ik live willen meemaken: de bouw van de piramides

Dit is het beste dat me ooit is overkomen: mag ik dat op het einde van mijn leven beslissen?

Deze acteur/actrice mag mijn rol spelen in mijn eigen verfilmde biografie: tijd voor een joker

Mijn levensmotto: alles komt altijd goed

MIJN FAVORIETEN

Mijn favoriete boek: de serie rond Adriaan Mole, als ik mijn eigen boekenkast mag geloven. Wie een lijstje wil hebben van de boeken die ik op Hebban 5 sterren gaf, moet maar een seintje geven.

Mijn lievelingsfilm: euh… films?

Dit kan ik elke dag eten: sushi!

Ik surf dagelijks naar: https://booky.io/ , een online bookmark manager

Mijn favoriete muziek: hangt af van het moment, de stemming en de activiteit

Mijn hobby’s: check “zo ziet mijn ideale vrije dag er uit”

Mijn favoriete vakantiebestemming: als er maar een riviertje en groen in de buurt zijn

Deze celebrity mag eens langskomen: Daan

Mijn lievelingsquote: “De benen zijn de wielen van de creativiteit”, van Albert Einstein. En van diezelfde mens ook wel: “The difference between stupidity and genius is that genius has its limits.”.

Mijn “guilty pleasure”: chocolade sojamelk

NIET LEUK

Ik ben bang voor: hoogtes

Ik heb een hekel aan: zweetgeuren

Van dit eten walg ik: bananen

Mijn slechte gewoonte(s): ongeduld

Mijn allergrootste blunder ooit: onnadenkend de ongecensureerde versie van mijn stageverslagen afgeven op een stageplaats die niet klaar was voor feedback

Grootste teleurstelling: nog steeds de Lotto niet gewonnen

BUCKETLIST TOP 3

  1. Een roadtrip door Europa maken met heel veel Iedereen Beroemd-momentjes.
  2. Leven in een tiny house.
  3. Naar Japen en Australië vliegen (allez, laten vliegen he).




Ik ga werken en ik neem mee…

Er zijn zo van die dagen waarop ik ’s ochtends mijn laptoptas over mijn schouder zwier en me kreunend bedenk wie die bakstenen er heeft ingestoken. En dus vond ik het hoog tijd om alles eens op tafel te leggen. Kijk gerust mee; niks zo leuk als je neus in andermans zaken steken 😉

Het begint natuurlijk allemaal bij de laptoptas zelf. Dit is een 15,6 inch laptop/werktas van gerecyclede cementzakken (zie de link met de bakstenen), die ik kocht bij More Than Hip. Ik heb het gele model, de camel, die zonder inhoud amper 600 gram weegt. Dàt kan het dus niet zijn.

In een laptoptas hoort… een laptop. Op dit moment gebruik ik nog een 13 inch HP EliteBook x360 1030 G2 uit 2018. Een geweldig toestel, dat je ook als tablet kan gebruiken. Het grote nadeel is dan weer dat het niet over een numeriek klavier beschikt. (En ook wel dat een 13 inch-scherm en ouder wordende ogen niet altijd compatibel zijn.) Op mijn vaste werkplek, in het park van Brasschaat, is dat geen probleem. Ik heb daar een docking station, scherm, klavier en muis. Maar bij verplaatsingen naar de andere vestigingen of bij thuiswerk heb ik toch graag een volledig klavier. En hopla, de laptoptas wordt verder gevuld met een klavier en een muis. En als we dan toch bezig zijn: een adapter die in een vorig leven dienst deed als fitnesshalter.

(Er is beterschap op komst. Er ligt een ander toestel op me te wachten, maar ik merk dat ik uitstelgedrag vertoon door IT-stress. )

Nog meer technologie: mijn smartphone. Tot voor kort liep ik rond met 2 verschillende smartphones; eentje van het werk en mijn privé-toestel. Nu dus niet meer: ik stak beide simkaarten in mijn tweedehands Samung Galaxy S21 Ultra 5G en kreeg het zowaar geregeld dat mijn werk-sim enkel werkt op werkmomenten en mijn privé-sim slaapt wanneer ik dat ook doe. Works like a charm.

(Fun fact. Tijdens de fotoshoot voor deze blog liep ik wel even vast toen ik mijn smartphone wilde fotograferen. Gelukkig heb ik toffe huisgenoten 🙂 )

Nee, ik ben niet paperless. Wel less paper. Een aantal zaken heb ik toch graag op papier en heb ik altijd bij me. Losse plastieken mapjes waren weinig efficiënt, maar mijn Exacompta Harmonika sorteermap met 7 vakken is dé oplossing voor mijn reizend volkstheater. De uitrekbare rug vind ik veel prettiger dan een opbergmap met smalle rug.

Mijn Storm Writer van steenpapier moet ondertussen wereldberoemd zijn. (Indien niet: hier even naartoe surfen.) Geen idee hoe vaak ik het boekje al heb uitgeveegd. Het blijft mijn trouwe partner, zowel op het werk als privé. Waar en wanneer ik mijn pennenzak kocht kan ik niet meer achterhalen. Ik weet wel dat hij al veel langer dienst doet dan ik had verwacht. Je trekt de witte klep omhoog om er een afsluitbaar zakje van te maken. Mijn Staedtler Textsurfer Dry-potloden, natuurhouten fluostiften, doen ook al jaren dienst. Less paper maakt natuurlijk ook wel dat je minder tekst markeert… Evengoed: heel erg fijne potloden.

En dan, last but not least: mijn sleutelbos met daaraan een blauwe tiksleutel, een zwarte badge waarvan ik enkel weet dat ze met de nieuwebouw te maken heeft (ooit zal iemand het nog wel eens herhalen en krijg ik een ahja-Erlebnis) en mijn “generale hoofdsleutel” van vestiging park. Ondanks een chronisch sleutelprobleem heb ik nog geen enkele keer zonder sleutel op het werk gestaan. Maar ik zou het niet erg vinden om over te stappen op een vingerafdrukscanner of een appje 🙂

Naast mijn laptoptas heb ik dagelijks een tasje met een overlevingspakket bij:

  • Middageten
  • Tussendoortje (rijstwafels of sojamelk)
  • Mijn air-up (jawel, nog steeds)
  • EHBO: hooikoorts- en rugmedicatie
  • Portefeuilles
  • Op maandag: fles cola light voor de ganse week

Geen bakstenen dus, maar genoeg kleine kiezeltjes om voor het nodige gewicht te zorgen. En met deze filosofische bedenking ga ik er uit. Tot de volgende blog!




Wekenschappelijk blogje

Onlangs installeerde ik een app op mijn smartphone, die me bij het instellen vroeg om aan te geven op welke dag de week moest beginnen. Ik kon kiezen tussen zondag of maandag en drukte op de – voor mij – enige logische keuze, zijnde maandag.

Een paar weken later speelde ik met de instellingen van digitale agenda en viel mijn oog op het feit dat je in Google de week kan starten op zaterdag, zondag of maandag. En plots was het allemaal niet meer zo logisch.

In 1971 raadde de ISO (Internationale Organisatie voor Standaardisatie) aan om weken, zowel in het dagelijks leven als op professioneel gebied, op maandag te laten starten. Dit sloot mooi aan op de traditionele vijfdagenwerkweek, waarbij van maandag tot en met vrijdag gewerkt werd. Eerst travakken en dan een paar dagen om stoom af te laten, was de gedachte. Zaterdag en zondag waren letterlijk het einde van de week ofte “week-end”. Voilà. Klaar. Of toch niet?

Laten we “het geloof” er even bijhalen. Altijd goed voor fijne inzichten.

In onze katholieke contreien werd er eeuwenlang gewerkt van maandag tot en met zaterdag, om dan zondag fris gewassen en geschoren naar de kerk te kunnen. De Schepper had immers hetzelfde gedaan. “Op de zevende dag bracht God het werk dat Hij verricht had tot voltooiing. Hij rustte op de zevende dag van al zijn werk dat Hij verricht had. God zegende de zevende dag en maakte hem heilig, want op die dag rustte God van al het werk dat Hij scheppend tot stand had gebracht.” (Genesis 2)

(Kanttekening. God rustte dan wel uit op de 7e dag, maar had de mens, die pas op de 6e dag was ontstaan toen al nood aan rust? Was die “zondag” van God niet net de “maandag” van de mens? Denk er eens over na en laat het me weten.)

Dat is dus de katholieke interpretatie van de feiten, die leidde tot de Gregoriaanse kalender. Oorspronkelijk was er de Joodse of Hebreeuwse kalender. Maar beide stromingen (en kalenders) gingen hun eigen weg na een aantal afwijkende opvattingen over Jezus en zijn leer.

Bij de Joden valt de rustdag, Sabbath, van vrijdagavond zonsondergang tot zaterdagavond zonsondergang. Op zondag wordt er dan, goed uitgerust, een nieuwe week aangesneden. De katholieken doen dat dus op maandag.

Wikipedia had trouwens weer interessant leesvoer. “De Indo-Europese talen zijn het over de nummering van de maandag evenmin eens: het Portugees, van de talen die de maandag niet naar de maan noemt, maar naar zijn plaats in de week, beschouwt de maandag als de tweede dag (segunda-feira), net als het Grieks, Δευτέρα, maar het Hongaars (hétfö = lett. weekhoofd) en het Estisch (esmaspäev = eerste dag) als de eerste. De Slavische talen noemen de maandag ‘de dag na de zondag’, maar uit hun namen voor de dinsdag (tweede dag), blijkt dat ook de sprekers van deze talen de maandag als de eerste dag beschouwen. In het IJslands zijn de zondag naar de zon en de maandag naar de maan genoemd, maar heet dinsdag ‘derde dag’, en donderdag ‘vijfde dag’.”

Ik kon geen enkel land of geen enkele cultuur vinden waar de week begint op zaterdag. Behalve dus bij Google. En hoe meer ik met het idee begon te spelen, hoe leuker het werd.

(Kleine disclaimer. Ik denk in vijfdagenwerkweken. Met een echtgenoot die werkt van maandag tot en met vrijdag en een tiener die op diezelfde dagen en uren naar school gaat, hebben wij een erg voorspelbaar stramien. In huishoudens waar er wisselende shiften worden gedraaid, is het vermoedelijk een ander verhaal. Maar ik woon niet in die huishoudens en kan dus enkel voor mezelf spreken.)

De week begint in de zaterdag-logica immers niet meer met “moeten gaan werken”. Want geef maar toe: zelfs als je een geweldige job hebt, is op tijd opstaan en omgaan met collega’s soms best lastig. In het nieuwe systeem is er eerst tijd voor jezelf, zodat je lekker kan opladen. Pas daarna begint de werkweek.

Uitbollen naar het weekend is niet meer nodig. Want het weekend is een weekbegin. En dus kan je er op vrijdag nog eens goed een lap op geven. Vindt je werkgever ongetwijfeld geweldig!

Zie het als een gedachtenexperiment… Mijn vroege-vogel-genen zorgen ervoor dat ik ’s ochtends al heel wat gedaan krijg voor ik naar het werk vertrek. Dat maakt dat ik niet het gevoel heb op te moeten staan om te gaan werken. Nee, ik sta op om een aantal dingen voor mezelf (en mijn huisgenoten) te doen. En daarna ga ik fortuinen verdienen. Ooit 😉

De nieuwe week plannen op vrijdag en een weekmenu laten ingaan op zaterdag? Makes soooo much sense!




Weekmenu 101

“Ik vind die maandmenu’s van je geweldig”, liet Anne me onlangs weten. “Maar bij ons lukt het om 1 of andere reden niet om er gestructureerd mee aan de slag te gaan. Heb je misschien een paar tips?”

Natuurlijk wel. Graag zelfs 🙂

Ik schreef vorige week al dat ik elke week met mezelf, mijn agenda en mijn takenlijst vergader. De gastenlijst was echter niet volledig, want mijn menuplanning en boodschappenlijst schuiven op dat moment mee rond te tafel.

Hieronder de stappen die ik neem om tot een weekmenu te komen.

STAP 1. Ik swipe de koelkast. Welke groenten zijn de voorbije week aan mijn aandacht ontsnapt? Welke producten naderen hun vervaldatum? Ik noteer ze mentaal (maar schrijf ze gerust op een papiertje) en ga naar de volgende stap.

STAP 2. Via de apps van Lidl en Albert Heijn zoek ik op welke producten op dat moment in promotie zijn. Ik vergader op vrijdag en doe inkopen op zaterdag. Die dagen vallen in dezelfde “promotionele week”. Wie zijn menu op zondag opstelt en op maandag winkelt, moet wel even opletten. Opnieuw maak ik een (mentale) notitie.

STAP 3. Ik check het lijstje van de seizoensgroenten, maar ben daarin zeker niet heiliger dan de paus. Dit wordt notitie nummer 3.

STAP 4. Het weekschema wordt uitgebreid bestudeerd.

  • Op welke dagen is er meer tijd om te koken en op welke dagen minder?
  • De heer des huizes loopt dinsdag- en donderdagavond en dan zet ik beter geen te stevige kost op tafel.
  • Wie eet er wanneer mee? (Al moet ik eerlijk bekennen dat die factor bijzonder onvoorspelbaar is.)
  • Champignons en komkommers hebben na een paar dagen het beste wel gehad. Ik plan ze dus graag in aan het begin van de kookweek.

STAP 5. Ik haal mijn digitale kookboeken boven en snuister in de recepten die ik de voorbije week/weken heb bewaard. Ik bewaar deze in een online database, maar je kan ze ook opslaan in een aparte map bij je favoriete sites. Of overschrijven in een boekje. Of wat dan ook.

Mijn database kan gesorteerd worden op de datum waarop ik een recept toevoegde, op “al geprobeerd” of net niet en op een aantal kernwoorden als “oven”, “pasta”, “koud”, “eenpans”, “snel klaar”,…

Ik haal mijn toverstok boven en match stappen 1 tot en met 5 via een mentaal excel-bestand en pats, boem: daar is het weekmenu. (Waar bloggen al niet goed voor is: ik realiseer me nu pas dat dat telkens een geschreven lijstje is. Mijn Storm Writer heeft al heel wat menu’s zien passeren!)

STAP 6. Via een Keep-lijstje, dat elke dag wordt afgevinkt, deel ik het weekmenu met mijn huisgenoten. Sinds we dit systeem gebruiken, krijg ik nog hoogstens 3 keer per week de vraag wat we ’s avonds gaan eten. Voorheen wat dat minstens 3 keer per dag.

STAP 7. Ik open mijn boodschappen-app en lijst alle ingrediënten op in MyShopi. Soms gaat het daar wel eens mis en vergeet ik iets te noteren. Dat vraagt dan wat improvisatie in de loop van de week.

STAP 8. Wees voorbereid op onverwachte gebeurtenissen. Te laat thuis, een dringende afspraak of gewoon geen zin om te koken: zorg dat er een backup plan in huis is. Er zitten altijd een paar maaltijdsoepen en pizza’s in de diepvries en met brood en omelet is er ook niks mis. (Waar dacht je anders dat die overgebleven groenten uit stap 1 vandaan kwamen? 😉 )

Zo Anne (en andere lezers), hopelijk heb ik je (jullie) hiermee een beetje op weg kunnen zetten. Geef gerust een seintje als er nog vragen zijn!




Wat moeten we weeral eten?

Yes! De asperges zijn er weer! Dat betekent wekelijkse uitstapjes naar 1 van de aspergeboeren over de grens, kilometers aspergeslierten en vreemde geurtjes in het toilet. Wij aten de voorbije weken véél asperges. Maar ook andere dingen… Hieronder een overzicht.

WEEK 1

Zaterdag: Gnocchi met blauwe kaas en paddenstoelen

Zondag: Griekse courgetteplaatkoek

Maandag: (Vegan) pita met pitabroodjes en koude groenten

Dinsdag: Loempia met rijst en curry

Woensdag: Pastasalade met geitenkaas. Koude pasta, paprika, maïs, komkommer, kerstomaatjes, rucola en stukjes harde geitenkaas. Ook leuk als lunch!

Donderdag: Gestoofde prei met natuuraardappelen en kabeljauwfilet

Vrijdag: Tjokvolle Italiaanse maaltijdsoep (en amai die was lekker). Turks brood on the side.

WEEK 2

Zaterdag: Broccolitaart met camembert en cashewnoten van Danny. Dat was toch de bedoeling. Ik vergat camembert te kopen, maar had gelukkig nog een groot stuk emmentaler. Minder pittig, maar wel lekker.

Zondag: Pasta met witte asperges en gerookte zalm

Maandag: Tortellini met champignons en aurorasaus. Ik had het er hier al een keertje over.

Dinsdag: Croques met cheddar, pesto en gegrilde courgette

Woensdag: Vegetarische burger met ovenfrietjes en avocado-fetasaus. Ik koos voor “kippenburgers”.

Donderdag: Parelcouscous met kip in tomatensaus. Maar aangezien we al “kip” hadden gehad de vorige dag, koos ik voor “schnitzel” die ik in reepjes sneed.

Vrijdag: Spinazie-quinoasalade met groene asperges, tuinerwten en witte kaas. Maar dan met witte asperges (want ik had nog overschot van de witte asperges en nog geen groene gekocht) en de witte kaas werd een beetje vergeten. Wel extra courgette toegevoegd, want die bleek ook nog in de koelkast te liggen.

WEEK 3

Zaterdag: Stoofvlees (nog steeds uit de diepvries, zie hier) met rijst en “pekes en ertjes”

Zondag: Pasta met scampi’s in pittige tomatenroomsaus

Maandag: Risotto met boschampignons

Dinsdag: Wraps met falafelballetjes, verse groentjes (sla, geraspte wortel, tomaat, ajuin) en véél looksaus

Woensdag: Frietjes (we blijven gezond doen 😉 )

Donderdag: Vegetarische moussaka met feta

Vrijdag: Noedelsoep met shiitake en paksoi. Met nog wat extra naan voor de liefhebbers.

WEEK 4

Zaterdag: Pasta pesto ovenschotel

Zondag: Pasta met kip, courgettes en asperge

Maandag: Vegetarische nasi

Dinsdag: Lentesalade met avocado, met stokbrood

Woensdag: Koude patatjes met mayonaise, ajuin en bieslook, worst en tomatensla

Donderdag: Gebakken gnocchi, spinazie en spekjes

Vrijdag: Sushicake

WEEK 5

Zaterdag: Overschotjes

Zondag: Witlooftaart met gerookte zalm

Maandag: Pasta met kerstomaten en feta in de oven, deze keer zonder brandwonden 😉

Dinsdag: Lentepasta met groene groenten

Woensdag: Venkelrisotto met geitenkaas, maar toen was er geen venkel in de winkel en koos ik voor prei

Donderdag: Spinaziepuree met fish-sticks

Vrijdag: Groentewraps met vegetarische schnitzel

WEEK 6

Zaterdag: uit eten – Wokpaleis

Zondag: Gebakken asperges met gebakken patatjes, rivierkreeftjes en hardgekookt ei

Maandag: Groentelasagna op schoonmoeders wijze (boordevol groenten, zonder bechamel)

Dinsdag: Romige pasta met ricotta, zure room, paprika en zongedroogde tomaten; dochterlief was chef van dienst

Woensdag: Lentestoofpotje met linzen, paprika en gegrilde kaas

Donderdag: Rijstsalade met veggieballetjes

Vrijdag: Vegan kapsalon

Als er nu nog iemand op Facebook durft posten dat zij/hij niet weet wat te koken, dan ga ik toch wel eens héél kwaad kijken 😉




Een to do lijst die werkt, ook voor jou!

“Dat ziet er wel een leuke app uit, maar bij mij werkt dat toch niet, zo’n takenlijst.” Iedereen die zich in deze uitspraak herkent, nodig ik bij deze uit om verder te lezen. Wie de kunst van de takenlijst al onder de knie heeft, mag in de reacties haar/zijn tips and tricks neerschrijven.

Vaststellen dat een systeem niet werkt is fantastisch. Goed, je zit dan wel midden in een hoop ongewenste chaos, maar er is alvast het inzicht dat er verandering moet komen. Misschien ligt het systeem dat je gebruikt je helemaal niet. Papieren lijstjes hebben bij mij de neiging onleesbaar te zijn en al snel een rommeltje te worden. Ik smijt er dan ook graag wat technologie tegenaan, al is de ene app de andere niet.

Maar er is ook nog de eindgebruiker; jij dus. En of je nu analoog of digitaal werkt, de principes van een goede to do lijst zijn voor iedereen hetzelfde. Is dat even gemakkelijk om er een blog over te schrijven 🙂

Eerst een aantal inleidende gedachten:

1. Deze post gaat over het maken van een to do lijst of takenlijst. Niet over wenslijsten. Het is helemaal ok om alles wat je ooit wilt realiseren in een lijstje te dumpen, maar blijf vooral realistisch wat betreft de timing.

2. Deze post gaat over het maken van 1 lijst. Geen 7 verschillende, die zich overal en nergens bevinden en op het moment suprême zelfs onvindbaar zijn.

3. Ik heb me een tijdje geleden gerealiseerd dat ik mijn planning op het werk anders aanpak dan thuis. Op het werk houd ik vast aan time blocking, thuis doe ik dat niet. Dat maakt dat ik op beide plekken anders omga met een takenlijst. Om het gemakkelijk te houden, heb ik het verder in deze tekst enkel over privé-aangelegenheden. Er volgt later nog een stukje over hoe ik me op het werk organiseer.

En we zijn vertrokken…

Een goede takenlijst is er niet enkel voor dingen die hier en nu dringend zijn. In tegendeel: een goede takenlijst helpt je op langere termijn al die ballen waarmee je jongleert op een min of meer elegante manier in de lucht te houden. Ik heb vorige week het jaarlijkse onderhoud en de controle van de wagen geregeld en meteen 2 nieuwe taken toegevoegd aan mijn lijstje voor 5 april 2023. (En aangezien de keuringsstations in de buurt al volgeboekt waren tot na de vervaldatum van het huidige keuringsbewijs, heb ik de herinneringsdatum wat opgeschoven.) Moet ik dus niet meer aan denken.

Woensdag 5 april is trouwens een willekeurige datum. Op dit moment werk ik niet op woensdag, maar dan misschien wel. Of is er iets anders aan de hand waardoor die dag niet zo goed uitkomt. Daarom heb ik 1 keer per week een vergadering met mezelf, mijn agenda en mijn takenlijst en bekijk ik de planning voor de volgende week. Ik zou morgenavond normaal gezien een aantal dingen opzoeken voor mijn boek, maar aangezien ik voor het werk op een beurs sta en pas laat thuis ben, is dat geen optie. Het item verschuift dus naar een andere dag. Ik kan na de beurs dus rustig naar huis rijden en me daarna languit in de zetel gooien.

Taken die langer dan 30 minuten in beslag nemen, horen niet op een takenlijst. Wel in je agenda. Maar soms spring ik erg creatief om met die regel. Bij voorbeeld als het gaat over het invullen van de belastingbrief. Nadat ik in juni 2021 onze aangifte indiende, maakte ik een nieuwe taak aan met als vervaldatum 1 juni 2022. Die taak zal dus binnen 2 weken omgezet worden in een agenda-item en van de takenlijst verdwijnen. Al is de kans groter dat ik de datum nog een paar keer verschuif en dan pas aan deze niet-zo-geliefde-klus begin. (Dat is dus een extra tip: geef jezelf wat marge!)

“Dagelijks genoeg bewegen” is ondertussen een routine geworden en is noch op mijn takenlijst noch in mijn agenda terug te vinden. Maar in de aanloop naar een nieuwe gewoonte kan je dat gerust doen. Niets zo leuk als taken afvinken. Entlistungsfreude, heet dat dan. Maar behoed jezelf er voor eerst de leuke taken aan te pakken en de saaiere klussen te laten liggen.

Daarom kan het helpen om grotere projecten, die niet op de takenlijst komen, op te splitsen in deeltaken. “Ik ga de zolder opruimen”, is een prachtig voornemen. Maar als je het zo formuleert, is de kans op slagen nihil. Taak 1 op de lijst: plan van aanpak maken. En dus niet “de zolder opruimen”.

Tijdens de wekelijkse interne meeting knoop ik dus alle losse eindjes aan elkaar. Ik verzamel in een week tijd heel wat links van artikelen die ik nog wil lezen of You Tube-filmpjes die me het bekijken waard lijken. De herhalende taak “media bekijken” wordt pas afgevinkt nadat alles is ingeroosterd (of verwijderd, omdat het al bij al toch niet zo boeiend blijkt te zijn). Mezelf mailen om me ergens aan te herinneren doe ik niet meer; ik verzamel alles in de inbox van mijn app. Maar dat wil niet zeggen dat het altijd meteen volwaardige taken zijn.

Een greep uit het assortiment dat ik tijdens mijn laatste productiviteitsrondje te verwerken kreeg:

  • rugschool?
  • info zoeken!
  • een naam en een telefoonnummer
  • dual sim?
  • boek

Allemaal zaken die erg logisch waren op het moment dat ik ze in de inbox zette, maar na een paar dagen vaak veel minder duidelijk zijn. Daarom is het goed om regelmatig het lijstje uit te mesten.

Ik schreef al dat een taak maximum 30 minuten mag duren. Een goed item op de lijst moet daarenboven meteen duidelijkheid geven. Dit kan onder andere door er een uitvoerbaar werkwoord aan toe te voegen.

“Rugschool?” zou “nieuwe afspraken bij de rugschool maken” kunnen worden. Die taak plan ik in op woensdag; de eerstvolgende keer dat ik naar de revalidatie ga. Om het mezelf makkelijk te maken, noteer ik dat ik afspraken wil maken vanaf 1 juni. Hop, klaar.

“Info zoeken!”. Ja, dat was een leuke. Na veel te lang nadenken heb ik er op gegokt dat dit item hetzelfde was als “dual sim?”. Maar het had ook iets anders kunnen geweest zijn. Dat zal dan binnenkort wel blijken. Maar goed, dual sim dus. Ik heb een privé-gsm en eentje van het werk. Die laatste is ingesteld dat hij me buiten de kantooruren niet stoort, maar heeft elke maandag een platte batterij. En dat durf ik wel eens te vergeten. Zo zijn er nog wel wat ongemakken en dus overweeg ik som beide simkaarten in 1 toestel te steken. Alleen moet ik eerst nog bekijken hoe dat dan juist zit met instellingen, gebruik van 4G en of ik met beide nummers kan WhatsAppen. Ik heb de taak omgevormd naar “antwoord zoeken op praktische vragen ivm gebruik 2 simkaarten” en een paar weken verder geschoven. Tijdens de examenperiode ben ik thuis en heb ik hopelijk tijd voor dat soort zaken.

Die naam en dat telefoonnummer moesten aan mijn contactenlijst worden toegevoegd. Dat was dus eigenlijk geen taak.

“Boek”. Geen taak, wel een project. Ik heb een hele tijd geleden een planning opgesteld, maar door omstandigheden is er werk blijven liggen. Tijd dus om de tijdlijn te herbekijken en bij te sturen waar nodig. En zo staat het uiteindelijk op vrijdag ingepland als taak.

Soms noteer ik bij een taak hoe lang ze zal duren, maar ook niet altijd. Door bij het inplannen goed na te denken of iets een taak of een agendapunt is, vang je op voorhand mogelijk tijdstekort op.

Ja, er kruipt tijd in het opstellen en onderhouden van een goede takenlijst. Dat lijkt in het begin misschien contraproductief, maar mijn geeft het net meer rust en overzicht.




Never a dull day

“En wat doe je voor werk?” Dé vraag om een gesprek op gang te brengen met iemand die je net hebt leren kennen. De ene maakt zich er met een kort, vaag antwoord vanaf. De andere begint aan een monoloog van minstens een half uur. Mijn korte, vage antwoord luidt dat ik op de sociale dienst van een maatwerkbedrijf werk. De monoloog? Hou u vast aan de takken van de bomen, want hier komt hij.

  • In het najaar van 2018 solliciteerde ik voor een job als medewerker Sociale Dienst / HR bij Aralea.
  • Aralea is een maatwerkbedrijf, wat in de volksmond beter gekend is als “een beschutte werkplaats”. Eigenlijk is het een samensmelting van een beschutte werkplaats en een sociale werkplaats, maar laten we daar niet over struikelen.
  • Een maatwerkbedrijf is een tewerkstellingsplaats voor personen met een arbeidsbeperking, een psychosociale arbeidsbeperking of uiterst kwetsbare personen die willen werken en die tijdelijk of definitief niet in het normale economisch circuit terecht kunnen. Een breed scala aan mensen dus (met de mooie naam “doelgroepmedewerkers”). Denk (onder andere) maar aan mensen uit het buitengewoon onderwijs, dames en heren met psychische kwetsbaarheden, ex-gedetineerden en personen met een migratie-achtergrond die langdurig werkloos zijn.
  • Deze mensen kregen van de VDAB een “erkenning collectief maatwerk”.
  • De sociale dienst van een maatwerkbedrijf staat, in samenwerking met de andere ondersteunende diensten, in voor de begeleiding en de ontwikkeling van doelgroepwerknemers. Het doel is het bevorderen van een duurzame tewerkstelling.
  • Initieel behoorden individuele begeleidingen van arbeiders, aanwervingen en het opvolgen van stagiairs tot mijn takenpakket. Hoewel ik ontzettend graag omga met onze mannen, bleek dat begeleiden niet helemaal mijn cup of tea is. Iets met “de dingen mee naar huis nemen” en “teveel chaos”.
  • Na alles eens goed op een rijtje te hebben gezet en in gesprek te gaan met mijn werkgever, kreeg ik de kans om naast de instroomtrajecten van arbeiders en stagiairs ook projectwerk op mij te nemen. Iets met “planning” en “structuur” en o zo hard wél mijn cup of tea.
  • Wil dat dan zeggen dat alle werkchaos uit mijn leven gebannen is? Wel euh… lees even mee hoe mijn werkdag er donderdag 5 mei 2022 uitzag.
© Tom Van Deuren – de nieuwbouw

Om 7.53 uur raakt mijn badge de sensor van de tikklok. Officieel beginnen mijn werkdagen om 8.00 uur, maar als het even kan start ik (een pak) vroeger om in alle rust aan mijn dag te kunnen beginnen. Maar vandaag ben ik taxi-mama en arriveer ik in volle ochtendhectiek op het werk. Niet in het park, waar ik mijn vaste stek heb. Wel op de Ploegsebaan, waar vandaag een stagiair opstart.

Die blijkt mooi op tijd te zijn, want wanneer ik mijn hoofd door het deurgat van de permanentieruimte van de sociale dienst steek, zit collega Sandra daar al met de stagiair en zijn begeleidster. Ik schakel in praktische modus: badge overhandigen en uitleggen hoe de tikklok werkt, sleutel voor de locker ophalen op de receptie en meteen doorlopen naar de 2e verdieping, waar de kleedkamer is. Dan weer de trap omlaag om werkkledij te passen. Het wordt zoals steeds een geworstel om de juiste maat werkbroek te vinden, maar ik stel de stagiair gerust met de boodschap dat er nog nooit iemand zonder broek is vertrokken. Handschoenen dreigen nog even moeilijk te worden; het is een stevige kerel met grote handen. Met een beetje wringen lukt die maat 11 wel. (Maandag had ik in het park een stagiair met maat 7. Van uitersten gesproken…) Onze stagiair weet ondertussen niet meer waar zijn hoofd staat en dus breng ik hem tot bij de monitor met wie hij de volgende weken op pad gaat. Nadat ik met de begeleidster de administratie heb afgehandeld, rep ik me naar de 1e verdieping, waar ik het bureau van collega Lien in beslag neem. Zij werkt vandaag van thuis uit en zo’n 2e scherm is mooi meegenomen.

Ik loop even langs Rolf, onze preventieadviseur (die ik al lang niet meer gezien heb – nadeel van werken op verschillende dagen en verschillende vestigingen), in verband met de werkpostfiches van de stagiairs. Nog voor mijn computer volledig is opgestart, komt communicatiemedewerker André een praatje slaan. Dit mondt op spontane wijze uit in een brainstormsessie voor de teamuitstap van volgende week vrijdag. Want die is dus nog niet gepland. Er worden behoorlijk wat leuke/gekke ideeën geopperd en als ik om 9.00 uur geen afspraak met onze onthaalmedewerker had gehad, waren we nog steeds bezig geweest. (Maar euh: yoga met alpaca’s? Count me in!)

Het plan was om Tom tussen 9.00 uur en 10.00 uur te helpen met het samenstellen van de onthaalmappen die alle medewerkers binnenkort krijgen (de tekst daarvan was een projectje). Maar de vergaderzaal blijkt gekaapt te zijn en we besparen ons de moeite om al het materiaal te verslepen of de piraten weg te sturen. We herplannen het moment naar de vroege namiddag.

(Tussen de soep en de patatten valt er een monitor binnen, die op zoek is naar Lien-die-thuiswerkt. Een Teamsgesprekje later is zijn probleem opgelost en kan ik terug aan de slag.)

Tijd voor een beetje administratie. De sollicitant voor de functie van magazijnier & compostmeester moet nog feedback krijgen en de facebookgroep van het werk vraagt ook wat aandacht. Ik beantwoord een paar mails (“nee, geen stageplekken vrij”, “ja, je hebt dat attest nodig”) en begin rond 9.30 uur aan de jobstudentenpuzzel.

Ooit, in een ver verleden, toen ik zelf een vakantiejob zocht, was je blij als bedrijven je wilden tewerkstellen tijdens de zomervakantie. Anno 2022 solliciteren studenten terwijl ze meteen aan loonsonderhandelingen beginnen en/of hun eigen werkschema samenstellen (“niet op vrijdag, want dan moet ik me voorbereiden op het weekend”). Eervolle vermelding voor de kandidate die op mijn vraag of ze een voorkeur heeft voor het park of de Ploegsebaan laat weten dat ze op geen van beide vestigingen geraakt. De puzzel voor de maand juli is bijna af, die voor augustus begint vorm te krijgen. September… Ik heb momenteel een kandidaat die aan zijn 1e jaar unief wil beginnen door de 1e week te brossen en te komen werken. Mijn moederhart heeft het daar moeilijk mee.

Om 10.00 uur laat mijn agenda weten dat het (betaalde) pauze is. In het park is het de gewoonte dat we dan de benen strekken en een toertje doen. Op de Ploegsebaan is dat precies niet erg ingeburgerd, maar ik krijg toch 2 collega’s mee naar buiten.

Op dinsdag 17 mei vertegenwoordig ik Aralea op de Regionale jobbeurs in Essen en dat vraagt nog wat voorbereiding. Ik trommel de technische dienst op om een beachvlag naar het park te transporteren (wat met de glimlach en een fenomenale snelheid wordt geregeld), zet de printer aan het werk en krabbel wat ideeën in mijn steenpapierschriftje.

Sandra onderbreekt mijn creatieve flow met een vraag naar advies over een arbeider. Ik begeleid dan wel geen mensen meer, maar een situatie bevragen en langs alle kanten bekijken kan ik wel. En een mening geven ook 😉

Om 11.45 uur heb ik een gesprek met Lieve, onze directeur, over aanwervingen, cijfers en communicatiestromen. We vechten ook met een gedeeld bestand dat zij nergens ziet staan. Dat is niet het laatste IT-gevecht dat ik vandaag lever.

Middagpauze? Al etend wandelen of al wandelend eten. Echt gezond is dat niet, al doet het wel deugd.

Het plan was om rond de middag naar het park te pendelen, daar nog wat bureauwerk te doen en dan de stagiairs op te zoeken om te zien hoe de eerste dagen zijn verlopen. Maar dat lukt niet meer door het verschoven handen-uit-de-mouwen werk. Dat babbeltje moet dan maar volgende week; de 3 heren hebben al een paar keer stage gedaan en zijn in goede handen bij de monitoren. Als er problemen zouden zijn, had ik het op 1 of andere manier wel opgevangen.

En dan waan ik me terug die 19-jarige studente, die voor en na schooltijd reclamefolders in enveloppen stak en klassementen op orde bracht. Kaft, cover, insteekhoesje, tabbladen, kopies, balpen. Kaft, cover, insteekhoesje, tabbladen, kopies, balpen. Ad infinitum. Mijn leidinggevende Eline krijgt er stress van, ik geraak in een zeer relaxerende flow en neurie mee met de muziekjes die de smartphone van Tom laat horen. Dat beloofde uurtje worden er 2, waardoor ik zelf mijn agendaplanning saboteer. (Sandra doet dat ook wel een beetje met haar eigenaardige IT-probleem. En ook dat hebben we met een beetje logisch nadenken opgelost gekregen. Vreemd genoeg staat “IT” nergens in mijn functieomschrijving…) De pauze laat ik dan maar vallen en die afspraak met de externe software ontwikkelaar (nog zo’n projectje) maak ik volgende week wel.

Ik kruip terug achter mijn pc en leg de laatste hand aan de powerpoint die ik binnenkort wil gebruiken tijdens een infosessie voor VDAB-consulenten. Hoe beter zij weten wie wij zijn, hoe gerichter ze kandidaten kunnen aanmelden. Mits een paar kleine aanpassingen kan ik de presentatie ook gebruiken om scholen te informeren over onze werking.

Het laatste uur van de dag is meteen ook het laatste uur van de week. Dat uurtje houd ik vrij om alle losse eindjes van de week vast te knopen en de agendaplanning van de volgende week te overlopen. Zijn er taken die nog niet ingeroosterd werden? Zitten er overlappingen? In welke vestiging start ik maandag op? Dat soort dingen.

Het 1e uur van de werkweek is trouwens standaard gereserveerd voor mijn stagiairs. En dat is wel nodig wanneer er elke 2 weken 2 nieuwe scholieren opstarten. Het 2e uur is om de mailbox (opnieuw) bij te werken. Want echt, zodra ik op donderdagavond mijn gat heb gedraaid, slaat heel de wereld aan het mailen en tegen maandagochtend is Outlook de zenuwinzinking nabij.

Hoe ik de rest van de week indeel? Daar heb ik het later wel een keertje over.

Het werkchaos-gehalte van vandaag viel heel goed mee. Het was een gezonde mix van samenwerken en alleenwerken. Ook eentje zonder afspraken met externen, waarbij mensen ofwel veel te vroeg of veel te laat arriveren of in de verkeerde vestiging staan. Ook eentje met heel weinig telefoons of andere stoorzenders. Een fijne dag dus om de week af te sluiten en aan een laaaang weekend te beginnen!

Op de achtergrond: mijn vaste werkplek

Uitsmijter: Iedereen Beroemd passeerde eind 2020/begin 2021 op Aralea. Klik deze blog niet weg zonder het hartverwarmende compilatie-filmpje te bekijken!