Poldermuseum

Vreemd toch, hoe we op vakantie zin krijgen om de couleur locale op te snuiven en plots interesse krijgen voor kerken, standbeelden en heemkundige musea. Maar in eigen dorp zouden we begot niet weten welk standbeeld er op de markt staat.

Wie mijn “socials” een klein beetje volgt, kreeg de voorbije week beelden uit Lillo, Doel, Berendrecht, Oosterweel en Wilmarsdonk voorgeschoteld. Een lange inleiding op mijn schrijfsel van vandaag, dat eigenlijk gewoon een publieke liefdesverklaring is.

In den beginne… was er de Schelde. En aangezien mensen zichzelf al eeuwenlang graag vestigen in de buurt van een waterloop en dan handel beginnen te drijven over het water, kwamen er aanlegplaatsen aan die Schelde. En infrastructuur om goederen op te slaan en over het land te transporteren. En machines, om goederen over de kades te rijden. En dokken. En sluizen. En en en. Steeds meer, steeds groter. Op de rechter Schelde-oever veroorzaakte de havengroei over een lengte van 19 kilometer (dus tot aan de Nederlandse grens) in de jaren 1958 – 1965 de verdwijning van de polderdorpen Oosterweel, Oorderen, Wilmarsdonk, Oud-Lillo en Lillo-Kruisweg. Mensen werden onteigend, dorpen werden afgebroken en gronden werden opgespoten om plaats te maken voor de petrochemische industrie.

Vanaf 1955 begon het verzamelen van voorwerpen die inwoners van de verdwijnende polderdorpen voor het nageslacht wilden bewaren. De parochiezaal van Wilmarsdonk werd al snel te klein voor de honderden objecten die mensen uit de polder bijeen brachten. Zo ontstond nood aan een nieuw onderkomen en het idee om een aantal bekende koppen uit de polder bijeen te brengen, met als doel het patrimonium te bewaren en zo mogelijk nog uit te breiden. En zie daar, de Heemkundige Kring van de Antwerpse Polder zag in 1959 het levenslicht. “Het doel van de vereniging was o.a. vrijwaren en bewaren van al wat éénmaal heeft behoord tot de levensstijl, de zeden en de gebruiken van de bevolking uit de Polder.” (bron: site Poldermuseum)

Het Poldermuseum opende op 19 december 1959 de deuren in Wilmarsdonk. Maar al midden 1961 moest worden uitgekeken naar een nieuwe locatie, omdat Wilmarsdonk werd afgebroken. Op de kerktoren na, want die bleef staan als baken voor de landmeters. De toren vormt vandaag een enclave op de terreinen van Trans Continental Logistics (tussen het Churchilldok en het Zesde Havendok) en wordt omringd door zeecontainers en magazijnen.

Na een lange zoektocht stelde de Stad Antwerpen een aantal huizen in Lillo-Fort ter beschikking (in de hedendaagse volksmond “Lillo”) en vanaf 26 juni 1963 waren de bezoekers welkom. Voor de volledigheid nog even toevoegen dat op 1 oktober 1986 de VZW Poldermuseum Lillo werd opgericht, met een eigen bestuur. De VZW staat los van de Heemkundige Kring, maar er is een zeer goede samenwerking tussen beiden.

Maar, beste lezer, je had dit eigenlijk allemaal niet moeten lezen, want het Poldermuseum schotelt je voldoende (bewegend) beeldmateriaal en artefacten voor, zodat je op korte tijd helemaal “mee” bent.

Puur praktisch. Het Poldermuseum is van midden april tot eind oktober geopend op zon- en feestdagen en tijdens de maanden juli en augustus ook op zaterdagen. Om 13 uur openen de deuren, om 18 uur gaan ze weer dicht. Voor groepen en scholen zijn er andere regelingen, die je op de website vindt.

Hoewel Lillo maar een steenworp van Berendrecht verwijderd is, moet er nog een Kanaaldok overwonnen worden. Dat kan met de fiets en de fietsbus (al was het me niet helemaal duidelijk of die ook voor toeristische doeleinden mag gebruikt worden) of door met de auto door de Tijsmanstunnel te rijden. Op weekdagen is dat tijdens de spits vaak een nachtmerrie, maar op zondagmiddag is het daar behoorlijk rustig.

Kom je echter uit het zuiden, overweeg dan zeker een tochtje met de waterbus. Je kan opstappen in Hemiksem, Kruibeke, op het Steenplein, op Linkeroever, in Zwijndrecht, aan Kallosluis of aan fort Liefkenshoek. (Of een toeristische tussenstop maken in fort Liefkenshoek en genieten van het bezoekers- en belevingscentrum.)

Voor het entreegeld moet je het niet laten; ik overhandigde 4 EUR aan de inkom (bancontact zou énorm misstaan in dergelijke historische setting) en kreeg in ruil een ticketje, een paar folders en een paaseitje.

Wat heeft het museum te bieden? Op de website lees ik: “interieurs uit vroegere tijden, het klaslokaal van weleer, herinneringen aan WOI en WOII, het dorpswinkeltje (nostalgie ten top), de dorpsherberg, de originele bakkersoven om beschuiten te bakken, gebruiksvoorwerpen uit de zovele beroepen, herinneringen aan de Zandvlietse kunstschilders Nicasius De Keyser en Albert De Vree,  de douane activiteiten, de overstromingen van 1953, geloof en bijgeloof, het kapsalon, documenten, archiefstukken, doodsprentjes en zoveel meer.” En daar is geen woord van gelogen!

Ik zou aanraden om je museumbezoek te beginnen met het bekijken van de zwart-wit video die doorlopend wordt afgespeeld. Hij vertelt zoveel meer dan wat ik hierboven schreef. Al zijn de opgegraven walvisbeenderen met een leeftijd van 20 à 40 miljoen jaar ook wel indrukwekkend.

Tussen de bedrijven door nog even reclame maken voor de thematentoonstelling “Polderdorpen door de lens van Hoelen”. Op toontafels kan je switchen tussen 100 jaar oude foto’s en het heden. Een aantal zichten zijn herkenbaar, andere foto’s getuigen van een verleden dat fysiek verdwenen is.

Heb je na je bezoek nog wat tijd over? Breng dan zeker een bezoekje aan de lokale horeca. En wandel daarna nog een toertje langs de hoogtepunten van Fort-Lillo. (Echt he, doen!)

Oh ja, denk nu niet dat je met 12 foto’s het museum wel gezien hebt. Er zijn in totaal 34 kamers nokvol historisch materiaal. Daar ben je wel een middagje mee zoet. En daarna nog een paar weken met nagenieten.

Ken jij trouwens nog leuke, kleinere musea? Laat het me zeker weten!

image_pdfimage_print

Inspirerende tekst? Delen maar!

1 Comments

Leave Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.