1

In zak en was

Een tijdje geleden verzuchtte iemand uit de vriendenkring dat haar wasmand een behoorlijke achterstand vertoonde. “Ik kijk er zo tegenop om alles te sorteren”, zei ze. “En dus laat ik het allemaal liggen en aangroeien. Zo wordt het probleem natuurlijk alleen maar groter.”

Ik knikte en haalde wat jeugdherinneringen op. Waarin mijn moeder op zaterdagochtend, zittend op de rand van het bad, heel de badkamervloer volgooide met hoopjes vuile was. Soms waren de bergen te groot en werd de gang mee ingepalmd.

Maar verder heb ik weinig affiniteit met “wassorteerproblemen“. Want wij hebben al jaren een wassorteerder in de badkamer. (Die voor de foto een beetje opzij is geschoven; normaal gezien gaan de schuiven van ons lavabomeubel vlot open!)

Het systeem is e-zie; een karretje op wielen met 3 afneembare zakken. “Blanc”, “couleurs” en “délicat”. Al heeft elke zak door de jaren heen een ietwat andere invulling gekregen.

De linker waszak is voorbehouden voor de witte was of was die hoofdzakelijk wit is en geen andere kleuren heeft die uitlopen. Er hangt nog een klein extra zakje aan de rand: hierin worden de herbruikbare make up pads opgeborgen, zodat die niet tussen de rubbers van de wasmachine terecht komen (en slecht gewassen worden/niet mee zwieren).

De middelste waszak is voor gekleurde materialen. Rood, groen, paars, zwart,… Het maakt allemaal niet uit. Ooit deed ik nog de moeite om die zak voor het wassen uit te sorteren, maar dat is volgens mij nergens voor nodig.

De rechter waszak wordt “de wolwas” genoemd. Op de zak zelf staat délicat en dat is een veel betere omschrijving. Hierin komt alles terecht dat ofwel niet in de droogkast mag ofwel op lagere temperatuur in de droogkast mag ofwel wat extra zorg nodig heeft bij het wassen (lagere temperatuur, minder zwieren,…). Enfin, was die niet onnadenkend in de wasmachine of droogkast mag gedumpt worden. En ja, het is heel normaal dat ik de ene week van mening ben dat een kledingstuk in de gekleurde was thuishoort en de andere week toch voor delicaat kies. Tot grote verwarring van mijn huisgenoten.

(Onlangs ergerde ik me nog een aan trui die in de middelste zak hing en heb ik die met veel misbaar van zak gewisseld. Bleek dat manlief écht wel de wasvoorschriften had gelezen en de trui helemaal geen speciale zorgen nodig had. Daar stond ik dan met mijn mond vol tanden… Maar voor de rest is het dus echt kinderspel. Vroeger gebruikten we gestapelde IKEA-bakken, volgens hetzelfde systeem. Onze dochter is dus wassorterend opgegroeid.)

En de badhanddoeken dan? Aangezien je proper bent als je uit de douche komt, kunnend die best een week mee voor ze gewassen worden. Badhanddoeken gaan rechtstreeks van het handdoekenrek naar de wasmachine. Tijdens het wassen haal ik de tweede set handdoeken uit de kast en gaan die het rek op. De gewassen handdoeken mogen dan een weekje rusten.

Lakens? Bed aftrekken, wassen, drogen en terug het bed op. Geen opvouwwerk en al helemaal geen gedoe met strijken.

Kookwas? Onze wasmachine geeft zelf na 40 wasbeurten aan dat het tijd is voor een trommelreiniging. Het toestel heeft daarvoor een speciaal programma, dat op 70° wast. En een paar keer per jaar draai ik een aantal stevige kookwassen voor de scouts.

Mijn wasroutine?

  • Maandag: gekleurde was
  • Donderdag: handdoeken
  • Vrijdag: lakens en dekens van de katten
  • Zaterdag: lakens en gekleurde was
  • Zondag: witte was en “wolwas”

Op werkdagen programmeer ik de wasmachine ’s ochtends zodat de was klaar is tegen dat ik ’s avonds thuiskom. Droogkast in en ’s avonds ligt alles proper in de kast.

Een strijkroutine heb ik niet. Ik strijk enkel de hemden van mijn huisgenoten en dat gebeurt op heel erg willekeurige momenten.

Welk type wasverzamelaar ben jij? Een bergbeklimmer of een hokjesdenker? Tips and tricks? Laat maar weten!