1

Zomerblog: op blote voeten

Vakantie… Dat is: zo weinig mogelijk kleren aandoen en zo veel mogelijk buiten zijn. Niet? Mijn eerste zomertip kon dan ook niets anders zijn dan een activiteit op blote voeten.

Regelmatig blootvoets lopen op verschillende ondergronden is goed voor je coördinatie en verstevigt de rugspieren. Het bevordert de darmwerking, stimuleert het hart en regelt de bloeddruk. En je krijgt er meteen een gratis voetmassage bovenop, waardoor je lekker gaat ontspannen en onthaasten. Tot zover de grotemensenpraat; dit is een blog op kindermaat!

Ik loop zelf erg graag op barrevoets en er gaat geen vakantie voorbij zonder dat we ergens een blotevoetenpad passeren om over verschillende ondergronden zoals zand, water, stenen, balkjes, schelpen en houtsnippers te wandelen. Toen onze dochter nog mee op reis ging, had ik steevast een partner in crime om het parcours af te leggen. Tegenwoordig doe ik het alleen, want manlief laat deze activiteit met zijn gevoelige voeten graag aan zich voorbij gaan.

Hieronder:

  • een lijstje met 11 blotevoetenpaden in België
  • ook nog een aantal blotevoetenpaden vlak over de grens
  • tips om zelf een blotevoetenpad te maken, zowel in de tuin als in huis

Blotevoetenpaden in België

  1. Barrevoetspad in De Schorre. Een parcours van 700 meter over mossen, kleibroden, modder, zachte kiezels, wol en hooi. Onderweg kom je prachtige houten beelden tegen, gemaakt met een kettingzaag. Breng voor of na je wandeling zeker een bezoekje aan de trollen van Thomas Dambo! Gratis.
  2. Oude Heide in Kapellen. Amper 100 meter lang, maar gelukkig is er een speelbos in de buurt om je nog lekker verder uit te leven. Gratis.
  3. Kaaihoeve in Zwalm. Klein, cirkelvormig blotevoetenpad in de natuurtuin van de Kaaihoeve. Na het blotevoetenpad kan je ravotten in de speeltuin. Gratis.
  4. Blotevoetenpad in Oekene. 100 meter wandelen door een fruitboomgaard. En als het fruit rijp is, mag je per persoon 1 stuk plukken. Gratis.
  5. Gentbrugse Meersen. Een natuurlijk wandelpad (dus niet kunstmatig aangelegd) van ongeveer 1 kilometer lang. Je mag van de paden afwijken en je eigen weg zoeken. Je wandelt op steentjes, over gras en een zandheuvel, door modder en water. Na de tocht kan je je voeten spoelen in de sloot en drogen aan het gras of de wind. Speeltuin en speelbos zijn in de buurt. Gratis.
  6. Bourgoyen-Ossemeren. Je vindt dit pad niet ver van het stadscentrum van Gent. Paaltjes, heuveltjes, hoge grassen… Ze zijn er allemaal! Gratis.
  7. Verwonder-je-voetenpad in de plantentuin van Meise. Een pad van 1 kilometer lang, waarbij je ook nog eens door het speelbos loopt. Gratis voor betalende bezoekers van de plantentuin.
  8. Blotevoetenpad Lieteberg. Het 1e en volgens mij langste blotevoetenpad van Vlaanderen. 3 kilometer lang, een leuke uitkijktoren en fijne picknickplekjes. Betalend.
  9. Bigfoot in Oudenaarde. Op een half uurtje wandel je door/over dit blotevoetenpad, dat deel uitmaakt van The Outsider. Bekijk zeker de website, want je kan er allerlei leuke activiteiten doen. Mij lijkt het moerasparcours wel iets. Betalend.
  10. Het Zwin in Knokke-Heist. 2 kilometer plezier, waarbij je ook nog eens 10 kijkhutten passeert. Wat Het Zwin nog meer te bieden heeft, lees je op de website. Betalend.
  11. La Ferme de la Planche in Gouvy. Een pad van 3 kilometer lang in een bosrijke omgeving, waarbij je een aantal dieren kan je begroeten. Na de wandeling kan je een bezoekje brengen aan de boerderij. Betalend.

Blotevoetenpaden (net) over de Nederlandse grens

Deze site lijst 8 blotevoetenpaden “in Brabant en ietsjes verder” op. Ik ken enkel dat van Bergen Op Zoom (2,5 kilometer lang). Aan de overkant van de weg ligt een leuke taverne met speeltuin. Naast het blotenvoetenpad vind je nog een klimbos. Het blotevoetenpad is gratis, het klimbos is betalend.

Tips om zelf een (tijdelijk) blotevoetenpad te maken

Geen zin om op verplaatsing te gaan? Dan maak je toch lekker zelf een parcours!

Kratten van kunststof zijn ideaal voor tijdelijke blotevoetenpaden. Je kan ze goed tegen elkaar zetten, er kan water in en je materiaal vliegt niet constant in het rond. Voor een binnenparcours kan je werken met wol, stofresten, watten, knikkers, ballonnen gevuld met zand en speeltegels. Of wat dacht je van kussens, zoals een hoofdkussen of een Comfy kniekussen, legoblokjes, sponsjes en een bakje met ijsblokjes? Voor een buitenparcours zijn steentjes, takjes, bladeren, zand, modder, boomschors, grassen en kleine boomstammetjes een must. Je kan ze in bakjes doen (dat ruimt makkelijker op) of gewoon op de ondergrond leggen.

Zin om een permanent blotevoetenpad aan te leggen? Natuurpunt vertelt je er hier meer over.

Check! Hou het veilig. Gebruik geen materialen waaraan kinderen zich kunnen verwonden en zorg dat de bakken niet te hoog zijn.

Check! Hou het logisch. Bewaar modder en water voor het einde, zodat je andere materialen niet vies worden. Leg ook een handdoek klaar, zodat de voeten kunnen worden afgedroogd voor ze aan het volgende rondje beginnen.

Veel plezier gewenst en tot volgende week!




Poldermuseum

Vreemd toch, hoe we op vakantie zin krijgen om de couleur locale op te snuiven en plots interesse krijgen voor kerken, standbeelden en heemkundige musea. Maar in eigen dorp zouden we begot niet weten welk standbeeld er op de markt staat.

Wie mijn “socials” een klein beetje volgt, kreeg de voorbije week beelden uit Lillo, Doel, Berendrecht, Oosterweel en Wilmarsdonk voorgeschoteld. Een lange inleiding op mijn schrijfsel van vandaag, dat eigenlijk gewoon een publieke liefdesverklaring is.

In den beginne… was er de Schelde. En aangezien mensen zichzelf al eeuwenlang graag vestigen in de buurt van een waterloop en dan handel beginnen te drijven over het water, kwamen er aanlegplaatsen aan die Schelde. En infrastructuur om goederen op te slaan en over het land te transporteren. En machines, om goederen over de kades te rijden. En dokken. En sluizen. En en en. Steeds meer, steeds groter. Op de rechter Schelde-oever veroorzaakte de havengroei over een lengte van 19 kilometer (dus tot aan de Nederlandse grens) in de jaren 1958 – 1965 de verdwijning van de polderdorpen Oosterweel, Oorderen, Wilmarsdonk, Oud-Lillo en Lillo-Kruisweg. Mensen werden onteigend, dorpen werden afgebroken en gronden werden opgespoten om plaats te maken voor de petrochemische industrie.

Vanaf 1955 begon het verzamelen van voorwerpen die inwoners van de verdwijnende polderdorpen voor het nageslacht wilden bewaren. De parochiezaal van Wilmarsdonk werd al snel te klein voor de honderden objecten die mensen uit de polder bijeen brachten. Zo ontstond nood aan een nieuw onderkomen en het idee om een aantal bekende koppen uit de polder bijeen te brengen, met als doel het patrimonium te bewaren en zo mogelijk nog uit te breiden. En zie daar, de Heemkundige Kring van de Antwerpse Polder zag in 1959 het levenslicht. “Het doel van de vereniging was o.a. vrijwaren en bewaren van al wat éénmaal heeft behoord tot de levensstijl, de zeden en de gebruiken van de bevolking uit de Polder.” (bron: site Poldermuseum)

Het Poldermuseum opende op 19 december 1959 de deuren in Wilmarsdonk. Maar al midden 1961 moest worden uitgekeken naar een nieuwe locatie, omdat Wilmarsdonk werd afgebroken. Op de kerktoren na, want die bleef staan als baken voor de landmeters. De toren vormt vandaag een enclave op de terreinen van Trans Continental Logistics (tussen het Churchilldok en het Zesde Havendok) en wordt omringd door zeecontainers en magazijnen.

Na een lange zoektocht stelde de Stad Antwerpen een aantal huizen in Lillo-Fort ter beschikking (in de hedendaagse volksmond “Lillo”) en vanaf 26 juni 1963 waren de bezoekers welkom. Voor de volledigheid nog even toevoegen dat op 1 oktober 1986 de VZW Poldermuseum Lillo werd opgericht, met een eigen bestuur. De VZW staat los van de Heemkundige Kring, maar er is een zeer goede samenwerking tussen beiden.

Maar, beste lezer, je had dit eigenlijk allemaal niet moeten lezen, want het Poldermuseum schotelt je voldoende (bewegend) beeldmateriaal en artefacten voor, zodat je op korte tijd helemaal “mee” bent.

Puur praktisch. Het Poldermuseum is van midden april tot eind oktober geopend op zon- en feestdagen en tijdens de maanden juli en augustus ook op zaterdagen. Om 13 uur openen de deuren, om 18 uur gaan ze weer dicht. Voor groepen en scholen zijn er andere regelingen, die je op de website vindt.

Hoewel Lillo maar een steenworp van Berendrecht verwijderd is, moet er nog een Kanaaldok overwonnen worden. Dat kan met de fiets en de fietsbus (al was het me niet helemaal duidelijk of die ook voor toeristische doeleinden mag gebruikt worden) of door met de auto door de Tijsmanstunnel te rijden. Op weekdagen is dat tijdens de spits vaak een nachtmerrie, maar op zondagmiddag is het daar behoorlijk rustig.

Kom je echter uit het zuiden, overweeg dan zeker een tochtje met de waterbus. Je kan opstappen in Hemiksem, Kruibeke, op het Steenplein, op Linkeroever, in Zwijndrecht, aan Kallosluis of aan fort Liefkenshoek. (Of een toeristische tussenstop maken in fort Liefkenshoek en genieten van het bezoekers- en belevingscentrum.)

Voor het entreegeld moet je het niet laten; ik overhandigde 4 EUR aan de inkom (bancontact zou énorm misstaan in dergelijke historische setting) en kreeg in ruil een ticketje, een paar folders en een paaseitje.

Wat heeft het museum te bieden? Op de website lees ik: “interieurs uit vroegere tijden, het klaslokaal van weleer, herinneringen aan WOI en WOII, het dorpswinkeltje (nostalgie ten top), de dorpsherberg, de originele bakkersoven om beschuiten te bakken, gebruiksvoorwerpen uit de zovele beroepen, herinneringen aan de Zandvlietse kunstschilders Nicasius De Keyser en Albert De Vree,  de douane activiteiten, de overstromingen van 1953, geloof en bijgeloof, het kapsalon, documenten, archiefstukken, doodsprentjes en zoveel meer.” En daar is geen woord van gelogen!

Ik zou aanraden om je museumbezoek te beginnen met het bekijken van de zwart-wit video die doorlopend wordt afgespeeld. Hij vertelt zoveel meer dan wat ik hierboven schreef. Al zijn de opgegraven walvisbeenderen met een leeftijd van 20 à 40 miljoen jaar ook wel indrukwekkend.

Tussen de bedrijven door nog even reclame maken voor de thematentoonstelling “Polderdorpen door de lens van Hoelen”. Op toontafels kan je switchen tussen 100 jaar oude foto’s en het heden. Een aantal zichten zijn herkenbaar, andere foto’s getuigen van een verleden dat fysiek verdwenen is.

Heb je na je bezoek nog wat tijd over? Breng dan zeker een bezoekje aan de lokale horeca. En wandel daarna nog een toertje langs de hoogtepunten van Fort-Lillo. (Echt he, doen!)

Oh ja, denk nu niet dat je met 12 foto’s het museum wel gezien hebt. Er zijn in totaal 34 kamers nokvol historisch materiaal. Daar ben je wel een middagje mee zoet. En daarna nog een paar weken met nagenieten.

Ken jij trouwens nog leuke, kleinere musea? Laat het me zeker weten!