Berendrecht, 1 januari 2022

Je kan een speld horen vallen; zo stil is het is de klas. De leerlingen zitten met kaarsrechte rug achter hun lessenaar. Het hoofd lichtjes gebogen, de balpen in de aanslag. De ene heeft zweethanden. Bij de andere piept het puntje van de tong uit een mondhoek. Op hun gezichten een mengeling van concentratie en stress. Kras, kras, schrijf, schrijf. En dan begint iemand onrustig op zijn stoel te wiebelen. Twijfelend gaat een vinger de lucht in. Een blik van “ik kan er écht niets aan doen” wordt naar de juf gestuurd. Tijd om de inktgom boven te halen.

Nieuwjaarsbrievenstress. Vroeg of laat krijgen we er allemaal mee te maken. Of dat dacht ik toch, tot ik aan mijn research begon.

Nieuwjaarsbrieven las ik, beste mama’s en papa’s, meters en peters, bomma’s en bompa’s, tantes en nonkels, zijn namelijk een Vlaamsche aangelegenheid. Omdat ik nooit klakkeloos aanneem wat op het internet geschreven staat, stak ik mijn voelsprieten uit aan de andere kant van de taalgrens. Mijn favoriete Wallon, met 53 verjaardagen op de teller, meldde in zijn jonge jaren zelf wel nieuwjaarsbrieven te hebben geschreven, maar zijn kinderen hebben er geen ervaring mee. Ook nieuwjaarke zoete zingen gaat volledig aan Wallonië voorbij.

Tijd voor een verfrissende duik in de geschiedenis. In 1563 besliste de Franse koning Karel IX dat nieuwjaar vanaf dan voor iedereen op 1 januari viel. En dat was een behoorlijk dappere beslissing, aangezien nieuwjaar een streekgebonden gebeuren was en op Pasen, Kerst, 1 april of eender welke andere datum kon plaatsvinden. In praktijk duurde het nog tot de invoering van de Gregoriaanse kalender in 1582 tot 1 januari in Europa als nieuwjaarsdag werd aanvaard. De rest van de wereld volgde daarna.

Het internet vertelde me dat het schrijven van nieuwjaarsbrieven een Vlaamse traditie is die zijn oorsprong kent in de 16e eeuw, nadat Karel IX bovenstaande beslissing nam. (In de marge: hij zat toen nog niet zo lang op de troon en was amper 13 jaar oud! Achter de schermen had moederlief trouwens de touwtjes in handen.) Dat zette me even op het verkeerde been, waardoor ik onterecht bij de zuiderburen aanklopte met mijn nieuwjaarsbrieven-vraag. Op dat moment maakten onze contreien echter deel uit van de Zeventien Provinciën. En dus rees de vraag of onze Noorderburen ook aan nieuwjaarsbrieven doen.

Mijn favoriete Zeelander fronste de wenkbrauwen en had er in de verste verte geen idee van waarover ik het had. Oliebollen op oudjaarsavond, ja, dat is een ding. Maar nieuwjaarsbrieven? Wat zijn dat?

Tijdens een extra zoekrondje lass ik op VRT NWS: “Ook in Nederland zien we in die jaren dat het schrijven van nieuwjaarsbrieven ingeburgerd geraakt, maar na de Tweede Wereldoorlog verdwijnt het gebruik er weer”, gaat Vancraeynest verder. “In Vlaanderen blijft het gebruik wel bestaan. We denken dat dat veel te maken heeft met het onderwijs. De Vlaamse leerkrachten hielden duidelijk meer aan de traditie. Ouders en grootouders horen het graag aan, het is echt iets typisch voor Vlaamse families.”

Ik ben overtuigd, ’t is Vlaams.

Tijd voor een definitie. Een nieuwjaarsbrief is een op papier gezette voordracht met nieuwjaarswensen, die op 1 januari wordt voorgelezen aan ouders, meter en peter. Meestal is het een dubbel gevouwen kaftje, met vooraan een tekening. Nieuwjaarsbrieven worden geschreven door kinderen uit de kleuter- en basisschool. In ruil voor het voorlezen van de brief ontvangen ze een centje of cadeautje. (Voor wat, hoort wat…) Vaak bevat de brief een terugblik op het voorbije jaar. Het wensen van vrede op aarde is/was een essentieel onderdeel van de nieuwjaarsbrief.

De “is/was”-constructie hierboven is bewust gekozen. De nieuwjaarsbrief anno 2022 heeft een totaal andere look dan een versie uit pakweg 1580. De gemeenschappelijke factor is dat hij op school wordt geschreven. In de 16e eeuw was dat enkel voor de elite weggelegd en werd de tekst in het Latijn én in dichtvorm opgesteld. Het was een oefening in schoonschrift en vroeg de nodige vaardigheden om hem goed voor te dragen. Later maakte het Latijn plaats voor de Franse taal.

Pas in de jaren 60 van de vorige eeuwSinterklaas werd toen ook een fenomeen – maakte het grote publiek kennis met de nieuwjaarsbrief. Het stijve, plechtige karakter verdween en er ontstonden varianten met toneeltjes, liedjes en dansjes.

Ik herinner me nog dat we in de kleuterklas een knutselwerkje maakten, waarop de juf een getypte tekst kleefde. De tekst werd in de klas aangeleerd en thuis verder ingeoefend, tot de ouders hem op nieuwjaarsdag beter kenden dan de kleuter die het beste van zichzelf probeerde te geven.

In de eerste leerjaren van de basisschool schreven we alle brieven in de klas; ouders moesten op voorhand noteren hoeveel brieven ze wilden en met welke aanspreking. Ooit was dat lijstje vrij beperkt: de ouders, 2 koppels grootouders en meter en peter (als die niet al toevallig grootouder waren). Maar bij nieuw samengestelde gezinnen kan het aantal brieven snel oplopen. Dàt en het toegenomen aantal taken die leerkrachten op zich moeten nemen, heeft er voor gezorgd dat vaak nog maar 1 brief klassikaal wordt geschreven.

Mijn nieuwjaarsbrief? Ik vond een hele mooie op de site van VAN IN, die ik met plezier leende en een persoonlijk tintje gaf.

image_pdfimage_print

Inspirerende tekst? Delen maar!

Leave Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.