1

15 ergernissen tijdens het wandelen

Enkele dagen geleden wist Garmin me te vertellen dat ik mijn stappendoel zomaar eventjes 1000 dagen op rij had gehaald. En om dat te vieren deel ik vandaag “15 ergernissen tijdens het wandelen”. In willekeurige volgorde, want ik had geen zin om het alfabet op te dreunen en de graad waarin ik me erger fluctueert van dag tot dag en is bijgevolg geen goed criterium. Ik werd geïnspireerd door Wij Wandelen en Camperen (opvallend hoeveel gelijkenissen er zijn!).

Alvast even meegeven dat het op 17 september 2022 World Clean Up Day is én Polder Clean Up. Daarover schrijf ik binnen enkele weken meer. Maar eerst: een lijstje vol ergernissen!

Een paar schoenen met losse veters om de eerste ergernis te illustreren.

Ergernis 1: losse veters.

Ik besef dat de oorzaak volledig bij mezelf ligt en dat het mijn verantwoordelijkheid is om mijn veters deftig te strikken. Meestal betekent dat een dubbele strik, maar soms wil ik lekker snel zijn en houd ik het op een enkelvoudige. Om even later alsnog te moeten stoppen en van voor af aan te herbeginnen. Dom, dom, dom.

Steentjes in schoenen om de tweede ergernis te illustreren.

Ergernis 2: steentje in m’n schoen.

Ook hier: soms voel ik al bij vertrek dat het fout zit en hoop ik dat het nog goed zal komen. Vergeet het! Of tijdens het wandelen iets in je schoen voelen kruipen en hopen dat het vanzelf weer verdwijnt. Nope. Stoppen, schoen uitkappen, controleren en weer verder.

Een blikje Jupiler tussen afgevallen blaadjes en takjes om de derde ergernis te illustreren.

Ergernis 3: zwerfvuil.

Ik heb welgeteld 2 seconden moeten zoeken om een zwerfvuiltje te vinden. 2! En de vuilnisbak stond amper 1 meter verder. Om gek van te worden. Is er geen vuilnisbak in de buurt, dan neem je je afval mee. Is er wel eentje, dan deponeer je het IN de vuilnisbak. Zo simpel is dat. (Idem voor sluikstort, dat ik niet als een aparte categorie heb opgenomen. Maar dat is dus ook niet ok!)

Een propvolle vuilnisbak, omringd met nog veel meer veel, om de vierde ergernis te illustreren.

Ergernis 4: overvolle vuilnisbakken.

Een uitloper van de vorige foto. Tijdens de zomermaanden is het elke maandag prijs; overvolle publieke vuilnisbakken, bij voorkeur met een hele zwerm rommel rond de bak. Ik las onlangs op Facebook in “Ge zijt van Brasschaat” dat het de schuld van de vogels is, dat die alles uit de vuilnisbak halen. Ja, natuurlijk. Die halen pizzadozen en glazen flessen die niet eens IN de vuilnisbak geraken er weer uit. Nogmaals: ruim je eigen vuil op.

Groene gft-containers in het midden van de stoep om de vijfde ergernis te illustreren.

Ergernis 5: hindernissen op de stoep.

Deze foto is niet toevallig op vrijdag getrokken, want dan passeert de vuilkar in het dorp. En nee, het zijn niet altijd de ophalers die de containers kris kras over de stoep verspreiden. Op dezelfde ochtend zag ik bij ons in de wijk een piramide aan karton liggen, die het volledige voetpad in beslag nam.

Een stuk hondendrol in het gras om de zesde ergernis te illustreren.

Ergernis 6: kak.

Poep op de stoep. Of poep in het bos. Of – met een beetje pech – poep aan je schoen. Niet de schuld van de hond, wel van het baasje.

Een wild in het rond springende hond om de zevende ergernis te illustreren.

Ergernis 7: loslopende honden.

We hadden hier ooit een dame in de buurt die haar 2 honden allerminst onder controle had en tjokkend achter haar viervoeters riep: “Ze doen niks, zenne.” Volgens mij bedoelde ze: “Ik heb ze niets aangeleerd en ze luisteren niet.” Akkoord, er is te weinig losloopzone voor honden. Van mij moeten ze ook niet aan de lijn. Maar hou ze bij je in de buurt als ik passeer. Er heeft ooit een wildvreemde hond aan mijn arm gehangen, dat hoeft niet nog eens te gebeuren.

Rijpe braambessen met wespen en vliegen op om de achtste ergernis te illustreren.

Ergernis 8: insecten.

(Hmmm, ik begin wel heel dieronvriendelijk te klinken…) Insecten zijn nuttige dieren, maar dazen, muggen wespen en andere zoemers hoeven niet in mijn buurt te komen. We hebben ooit de bruggeskeswandeling in Ravels gedaan en zijn 10 kilometer lang opgegeten door muggen. Foto’s nemen stond gelijk aan een zelfmoordpoging. Plezant was dat niet.

Hooikoortsmedicatie om de negende ergernis te illustreren.

Ergernis 9: pollenseizoen.

Ik ga hout vasthouden, want het is momenteel onder controle. Maar een mens moet er toch wel wat voor over hebben om dagelijks een gezonde groene neus te kunnen halen.

Een rood licht om de tiende ergernis te illustreren.

Ergernis 10: rood licht.

Ik wandel meestal “op den buiten”, waar er weinig lichten te bespeuren vallen. Maar occasioneel bots ik wel eens op (en gelukkig niet tegen) een rood licht en dat breekt mijn tempo. Geen grote ergernis, maar wel een pleidooi om vooral geen verkeerslichten in te voeren in de polder.

Natte sokken aan de wasdraad, om de elfde ergernis te illustreren.

Ergernis 11: natte sokken.

Ik heb waterdichte schoenen. Maar ook een voorliefde voor ochtendwandelingen en lang gras en dan worden je sokken dus langs de bovenkant nat van de dauw. Natte sokken dragen is ergerlijk. Natte sokken uittrekken is dat ook en als ze dan nog het lef hebben om binnenstebuiten te kruipen, is het hek helemaal van de dam.

Een oud, houten karrewiel om de twaalfde ergernis te illustreren.

Ergernis 12: wieleraars.

1-wielers, 2-wielers, 3-wielers, 4-wielers, veelwielers, maakt niet uit. Ik viseer niemand. Maar ik heb wel graag dat diegene met wie ik de weg deel zich niet gedraagt alsof zij/hij met een vrachtwagen rijdt (tenzij dat zo is) en alle plek voor zich opeist. Ik heb het zelf lastig met even bellen of toeteren wanneer ik denk de ander me niet gehoord heeft (wat regelmatig het geval is met een elektrische wagen). Want voor hetzelfde geld verschieten de mensen zich daardoor rot en worden ze boos.

Een oneffen voetpad, om de dertiende ergernis te illustreren.

Ergernis 13: oneffenheden.

In het bos of tussen de velden weet je dat de kans op oneffenheden bestaat. De Belgische stoepen zijn helaas ook vaak een uitdaging voor mijn evenwicht. De oneffenheid op deze foto nekte me bijna nadat ik een hondendrolletje had gefotografeerd. Uiteindelijk vond ik een meer fotogeniek kakje, maar de foto van de stoep haalde de eindselectie wel.

Oranje bordjes met vermelding "omleiding" en "wegomlegging" om de veertiende ergernis te illustreren.

Ergernis 14: omleidingen.

Knooppunten die worden verlegd, wegen die plots ophouden te bestaan, wegomleggingen die naar andere omleidingen leiden. Om gek van te worden. Dat heeft me ooit een omweg van 5 kilometer opgeleverd, waar ik niet bepaald vrolijk van werd.

Wapperend toiletpapier om de vijftiende ergernis te illustreren.

Ergernis 15: hoge nood.

Het leven is véél eenvoudiger in het bos. Even struikduiken en klaar. Werftoiletten zijn trouwens ook fantastische uitvindingen! Maar er zijn van die momenten waarop je bijna thuis/in de buurt van een toilet bent en sneller zou willen wandelen omdat de nood wel héél erg hoog is, maar je enkel in een verkrampte houding kan blijven staan omdat de nood echt dramatisch hoog is. Pure horror, dat is het !

Tot zover mijn lijstje met 15 ergernissen tijdens het wandelen. Waaraan erger jij je (wel eens)? Laat het hieronder weten!




Maandmenu augustus

Hieronder vind je het maandmenu voor augustus, mét een link naar de recepten. (Tenzij het duidelijk is wat er moet gebeuren.) Dit menu is gebaseerd op onze maaltijden van de maand juli. Veel kookplezier en smakelijk eten!

1. Couscous met groenten en gegrilde merguez

2. Hotdogs

3. Gebakken gnocchi met gegrilde groenten

4. Zomerse rijstsalade met snippers van gerookte zalm

5. Chicken-cheese burgers met ovenfrietjes

6. Risotto met spinazie, ei en geitenkaas

7. Pittige pasta met champignons en courgette

Broodje met dubbele hamburger, kaas, groenten en saus

8. Gevulde flatbreads met hummus, witte kaas en ei

9. Kriekjes met balletjes – al dan niet met brood of puree

10. Pastasalade met cottage cheese, avocado en pijnboompitten

11. Couscous salade met komkommer, paprika en koriander

12. Pastasalade met gerookte paprikasaus

13. Mexicaanse rijstsalade

14. Gemengde salade met gesneden zwanworstjes en krielaardappelen in de oven

Broodje met hamburger, mozarella en basilicum

15. Salade met kip en mango

16. Croques pesto

17. Vegetarische nasi

29. Groentenloempia met currysaus en overschot nasi

19. Vegan pita met srirachamayo

20. Pasta met spinazie, boursin en gerookte zalm

21. Quiche met spekjes en prei

Broodje met heel veel groenten

22. Spaghetti bolognese met linzen

23. Gegrilde groentesalade met bulgur, feta en walnoten

24. Groene lasagne

25. Wortelstoemp met worst

26. Marokkaanse maaltijdsoep met brood

27. Wraps met koude groenten en kip

28. Zelfgemaakte pizza, kies zelf maar of je deeg koopt of zelf maakt

Dubbel broodje met dubbele hamburger, frietjes en saus

29. Gebakken halloumi salade met spekjes en quinoa

30. Mac and cheese

31. Roasted chick pea gyros

Broodje met asperges en gepocheerd ei

Extra inspiratie op:




Zomerblog: kiekt ne keer hier

Een opvallend fenomeen bij het bekijken van oude (digitale) fotoalbums: tussen 2010 en 202 hebben we opvallend veel foto’s van voeten. Blote voeten, voeten in sokken en voeten in schoenen. Voeten die steeds groter worden en die op verschillende ondergronden staan. De fotograaf (en de eigenaar van de voeten): onze dochter.

Die voeten liepen op vakanties met gemak uren door de speeltuin, door het vakantiehuis of waar dan ook. Maar op het moment dat het woord “wandeling” viel, kwam er een kortsluiting. Dan waren ze kapot, werkten ze niet meer mee en/of deden ze pijn. Een kusje van de mama hielp niet, maar een fototoestel bleek wonderen te doen. Dochterlief trok mee de wereld in en vereeuwigde onze reis vanuit haar perspectief. Dat leverde verrassende beelden op:

  • erg veel voetenfoto’s
  • maar ook knuffelbeesten in yoga-poses
  • selfies in de auto
  • onscherpe detailfoto’s van al wat ons pad kruiste
  • foto’s waarop ik mijn tong uitsteek
  • en erg mooie natuurfoto’s

Na een vakantie in Noorwegen in 2011 zette ik een aantal van haar foto’s op Facebook. Ik vroeg vrienden en familie de mooiste foto te liken en die foto werd beloond met een afdruk op groot formaat. De foto pronkt 11 jaar later nog steeds in onze woonkamer en moedigde de daarop volgende vakanties aan om meer mooie beeldjes te schieten.

De ene keer werden ze een achtergrond op mijn smartphone of computer, de andere keer maakte ik een memory-spel. Je kan dat gemakkelijk zelf maken; wil je een professionele look, dan kan je online op zoek gaan naar professionele hulp.

Je moet natuurlijk helemaal niet op reis gaan om leuke foto’s te maken. Hieronder een aantal ideetjes.

  • Regent het? Blijf lekker binnen en maak stop motion filmpjes met je knuffels of speelgoed.
  • Toerist in eigen dorp? Open Google Maps en zoek in je omgeving naar grote gebouwen of fotogenieke standbeelden.
  • Kies een thema. Fotografeer (om een totaal verzonnen voorbeeld te geven) je voeten. Op de grond, in de lucht, op een bank, op een tafel,… Of wieldoppen. Of scheve paaltjes die je op straat tegenkomt. Fotografeer schaduwen. De wolken. Of details van je fiets.
  • Sta erg vroeg op of ga lekker laat slapen en fotografeer het kleurenspel van de zon.
  • Of probeer je huisdier te laten meewerken aan een fotosessie.
  • Zoek op het internet plezante foto’s of schilderijen en probeer deze na te maken.

Geen fototoestel bij de hand? Vraag of je een smartphone van iemand mag lenen. Bij veel mensen liggen er oude toestellen in de kast, die perfect kunnen dienen als kiekjesmachine!

Opgelet bij het fotograferen van mensen die je niet kent. Die vinden dat misschien niet zo leuk. Foto’s nemen van andermans eigendommen (huizen, auto’s,…) kan ook gevoelig liggen. Wil je het toch graag doen? Vraag dan eerst even toestemming.

Veel plezier gewenst!

Noorse waterval in de buurt van Bergen, april 2011. © ÄLP




Droge voeding, kassa 4

Begin juli kondigde Albert Heijn Stabroek aan dat ze enkele weken zouden sluiten om de winkel te verbouwen. De nieuwe winkel, mét vega-eiland, elektronische schaplabels en sushi kiosk opent morgen en hoewel AH er alles aan doet om dat als een feest te doen lijken, deel ik het enthousiasme niet helemaal. Want nu wist ik eindelijk alles liggen (zelfs de zuurkool) en dan doen ze dit! Ik bereid me dus voor op “grote verwarring zaterdag” en “een stevige portie ergernis omdat al die andere mensen ook als kippen zonder kop door de winkel hossen”.

Ja, ik weet wel dat de meeste winkels volgens hetzelfde stramien zijn opgebouwd, maar toch. De doelstelling van een supermarkt is immers om de klant zo lang mogelijk “vast te houden” en hem zo veel mogelijk geld te laten uitgeven. Zonder daarin te overdrijven, want de klant moet natuurlijk nog wel terugkomen. En de concurrentie ligt constant op de loer…

Wij hebben in België een gedifferentieerd supermarktlandschap. Enerzijds kan je de supermarkten opsplitsen in service winkels en discounters. Anderzijds kan je een opdeling maken afhankelijk van de grootte van de winkel.

  • Service winkels (60% marktaandeel) zijn winkels als Delhaize, Match, Carrefour en Albert Heijn. Ze hebben een uitgebreid assortiment en ruime openingstijden. Je winkelt terwijl er op de achtergrond een muziekje speelt.
  • Discounters (40% marktaandeel) zijn winkels als Aldi, Lidl en Colruyt. De winkels zijn soberder ingericht, er zijn minder producten en de openingstijden zijn (iets) beperkter. Op 45 jaar tijd is het marktaandeel zomaar eventjes verviervoudigd!
  • Grote servicewinkels zijn hypermarkten als Hyper Carrefour en Makro, bij grote discounters denk je eerder aan Colruyt. Naast het gebruikelijke aanbod is er ook een uitgebreide collectie niet-voeding , zoals elektrische toestellen, fietsen en kledij. (Bij Colruyt is het aanbod niet-voeding erg geslonken na het verdwijnen van de Collishop-webshop.)
  • (o.a.) Match en Carrefour Market zijn “gewone” servicewinkels.
  • En daarnaast zijn er nog de “kleinere” servicewinkels zoals AD Delhaize, Proxy Delhaize en Carrefour Express. Okay zit in de categorie van de kleinere discounters. Deze worden vaak uitgebaat door franchisenemers, die op zelfstandige basis aan de slag gaan. Het aanbod is afgestemd op de gemeente of wijk waarin de winkel zich bevindt. In dat opzicht kunnen deze winkels bekeken worden als “de buurtwinkel”. Ze zijn ideaal voor wie niet te ver van huis wil gaan of voor de “vergeten boodschappen”. De prijzen liggen vaak iets hoger dan in een grotere supermarkt. En worden wel (prijs)afspraken gemaakt met de grote keten. Lokale producten kunnen in het assortiment worden opgenomen mits akkoord van de koepel.

Tot zover de indeling van het landschap. Maar hoe ziet de standaard indeling van een supermarkt er uit?

Toch wel iets anders dan toen ik als kleine pagadder met mijn grootvader naar de Delhaize ging. Nadat je je winkelwagen (zonder “muntje”) had genomen, ging je door 2 dubbele automatische deuren. Dan langs de kassa’s en als eerste passeerde je de gang met de wijnen. Ik had bijna geschreven dat dat anno 2022 ondenkbaar is en dat zowat alle winkels hun groenten en fruit helemaal vooraan de winkel etaleren, maar toen bedacht ik dat Colruyt blijft vasthouden aan openen met wijnen en sterke dranken. Er zijn dus verschillen!

Diezelfde kleine pagadder mocht op het einde van de rit nog wat appels in de kar leggen. Wat best wel logisch is. Want groenten en fruit in een lege kar leggen is 1, maar daarna moeten er nog zware producten zoals melk en yoghurt bovenop. Dat klopt toch niet?

Volgens de wetten van de fysica misschien niet, maar volgens de winkelpsychologie dan weer wel. Lees gerust verder om te weten hoe het allemaal zit.

Winkels willen het verschil maken met producten waarvan je de prijs onmogelijk kan vergelijken. Groenten (vooral) en fruit (in mindere mate) zijn meestal merkloos en daar liggen de marges voor de winkel hoog. Helaas zijn deze producten kwetsbaar en moeten er vaak producten worden weggegooid omdat mensen toch graag even voelen en knijpen voor ze iets in hun karretje laden.

Na de versmarkt, met groenten en fruit, komt de bakkerij. Steeds meer supermarkten bakken brood terplekke af, om zo een aangename geur door de winkel te verspreiden. Brood is ook merkloos en een mooi product om het verschil te maken tegenover andere supermarkten.

Het buitenste gangpad van de winkel wordt in vakjargon de “run shop alley” genoemd. Dit zijn producten die je regelmatig koopt, vaak vers zijn (en een kortere houdbaarheidsdatum hebben) en frequent worden bijgevuld. Bij voorbeeld: vis, vlees, charcuterie, bereiden gerechten, kaas en zuivel. Helemaal op het einde van dat buitenste gangpad kom je de diepvries tegen. Dit om te voorkomen dat je producten ontdooid zijn tegen dat je weer thuis bent.

De rest van de winkel is de “center store“. Hier vind je de producten die langer houdbaar zijn, zoals de droge voeding en de niet-voeding. Zaken die zwaar zijn en/of veel plaats innemen moeten op een pallet door de winkel getransporteerd worden en plaatst men liefst zo dicht mogelijk bij de voorraadruimte.

Het is trouwens wetenschappelijk vastgesteld dat we, wanneer we door het gangpad lopen, steeds verticaal en naar rechts kijken. Dat heeft met onze rijrichting te maken. In landen waar er links wordt gereden, moet de winkelinrichting dus worden aangepast aan de plaatselijke realiteit.

Producten waaraan het meeste wordt verdiend, liggen op ooghoogte of grijphoogte (hierover bestaan verschillende theorieën). Goederen met een kleinere winstmarge liggen meestal onderaan. Hier moet natuurlijk rekening worden gehouden met de grootte van de klant. In de supermarkt wordt de lengte van “de gemiddelde klant” genomen, maarde speelgoedwinkel mikt op een jonger publiek en zet de Duplo-blokken lager dan de Lego-pakketjes.

Het plekje rechts naast de marktleider is trouwens ook erg gegeerd, omdat dat eveneens de nodige aandacht trekt. Het wordt ook aangeraden om een hoofd- en bijproduct van eenzelfde merk naast elkaar te plaatsen. Dorito’s naast een potje dipsaus? Zeker wel!

Over links en rechts gesproken. Tijdens mijn research vond ik volgend interessant stukje:

Wanneer een prijs zich aan de linkerkant bevindt, wordt er direct een associatie geactiveerd met betaalbaarheid. Dit effect wordt nog sterker wanneer het product sowieso al een koopje is. Een prijs aan de linkerkant zorgt ervoor dat de deal nog onweerstaanbaarder wordt en dat deze dus vaker in het boodschappenmandje belandt.

Voor luxueuze, premium producten of producten met een hoge kwaliteit zien we het tegenovergestelde effect. Deze producten hebben er juist profijt van wanneer de prijs aan de rechterkant staat. Doordat zo’n prijs wordt geassocieerd met duurdere, waardevolle producten, geven we graag wat meer uit.

Benieuwd of die elektronische schaplabels van Albert Heijn die theorie volgen 🙂

En dan… de kassa. Wij winkelen bij Lidl en Albert Heijn en daar heb je niet de mogelijkheid om je boodschappen zelf te scannen. Ik mis het niet, maar zou het zeker overwegen als het aanbod bestond. Het lijkt me sneller en ook makkelijker om je winkelkar in te laden (want dat is toch altijd zo’n gestress aan de kassa).

Ik schrok toch wel toen ik las dat slechts 1/3e van de mensen 5 jaar geleden enthousiast was over het idee van een selfscanner. 2/3e wilde er niet aan beginnen, met als voornaamste redenen:

  • schrik dat de kassiers hun job zouden verliezen
  • schrik voor de technologie
  • schrik om betrapt te worden op een fout en als dief aanzien te worden

En ik fronste nog meer toen ik dit las. Misschien kunnen er, net zoals bij Jumbo, naast de selfscans een paar kletskassa’s geplaatst worden om aan de sociale cohesie te werken?

Tenslotte nog een paar uitsmijters om deze blog af te sluiten.

  • Bij acties, zoals “1+ 1 gratis” is het het merk dat het gratis exemplaar weggeeft en niet de supermarkt. Bij brood, groenten en fruit is er geen merk en is het dus de winkel zelf die hiervoor opdraait.
  • Ben jij al eens in de verleiding van “snoep aan de kassa” getrapt? Merken moeten vaak betalen om hier te mogen liggen. Vergelijk volgende keer zeker de prijs van het losse product tegenover een volledige verpakking. Misschien is je goesting dan wel over.
  • Het was GB (voortgekomen uit het voormalige warenhuisconcern Grand Bazar en sinds 2000 eigendom van Carrefour) dat eind jaren 70 met de “witte producten” op de markt kwam. Het was het eerste huismerk in België. Gaandeweg werd de term zo ingeburgerd dat hij ook voor huismerken van andere supermarkten werd gebruikt.
  • Naar het voorbeeld van de Amerikaanse “supermarkets” creëerde Delhaize in 1957 de eerste supermarkt in België. Alles was zelfbediening, zelfs het vlees was voorverpakt. En dat was blijkbaar een hele cultuurshock! (Uit dit filmpje blijkt dat het brood wel terplekke werd gesneden en verpakt.)

En dan nog deze 2 helden:




Zomerblog: de mooiste zomersport

“Kamperen is de mooiste zomersport

waardoor je steeds maar jonger wordt.

Je trekt doorheen het mooie Vlaamse land,

door bos en hei en strand.”

Vlaamsche klassieker

Jawel, vandaag gaan we kamperen. En ik voel de weerstand al komen, want wat-een-gedoe-ook-alweer, maar wacht een minuutje, want ik heb antwoorden en oplossingen!

1. Ik heb geen gaatje-in-mijn-agenda. Niet erg; kamperen kan thuis of in de buurt en kan je integreren in je dagelijkse activiteiten.

2. Ik heb geen gazon. Ik ben opgegroeid op een appartement en heb heel wat kampen gebouwd onder de tafel. (Volle eiken tafel met dwarsbalk op een heel ambetante hoogte. Dat heeft heel wat builen opgeleverd.) Of misschien heb je wel buren of vrienden met een stukje gras? Of kijk eens op Welcome To My Garden om een leuk plekje in de buurt te vinden. Tips in het polderdistrict: kamp Molenzicht en Pop Up Camping – A tent op den dijk op zaterdag 27 augustus.

3. Ik heb geen gerief. Gooi je plannen op social media of in het WhatsApp-groepje van de klas/sportclub/jeugdbeweging; de slaapzakken, luchtmatrassen of veldbedjes zullen zich spontaan aanbieden. Toch niet gevonden wat je zoekt? A.S. Adventure heeft een verhuurdienst. Ideaal voor de eenmalige kampeerder of wanneer je van plan bent om materiaal aan te kopen, maar eerst wil proefdraaien.

4. Het is geen goed-weer. Kamperen in de kou of in de gietende regen is inderdaad niet zo plezant. Dus toch maar naar binnen en met z’n allen in de woonkamer? Of er is nog een plekje in het tuinhuis?

5. Ik heb geen goesting-in-gedoe. Ja, dat snap ik. Wat dacht je van glamping? Glamping is een samenvoeging van de woorden “glamorous” en “camping”, en beschrijft een bepaalde stijl van kamperen waarbij een hoge mate van luxe aanwezig is. Je kan je (gewone) matras naast je bed op de grond gooien, maar eigenlijk is dat zelfs niet nodig. Laat alles gewoon zoals het is en organiseer een aantal typische kampeer-activiteiten. E-zie! (Pro tip: die matras kan natuurlijk pas op de grond nadat de kamer een beetje is opgeruimd. Doe er je voordeel mee!)

Wat te doen tijdens het kamperen?

  • Kattenwasjes in een teil, afwassen in een teil, bootje varen in een teil. Zorg dus zeker dat je een teil hebt!
  • Marshmallows roosteren. Dat kan trouwens gewoon boven een theelichtje. Je hebt er geen hoog oplaaiend kampvuur voor nodig.
  • Liedjes zingen. Rond een vuurtje, een kaars of een lamp. Ik post hieronder de link naar een afspeellijst met kampvuurliedjes. (Samengesteld door leden, leiding en oud-leiding van scouts De Reigers.)
  • Insecten vangen en bestuderen. Nee, een regenworm die je in 2 hakt blijft echt niet leven. Die gaat 2 keer dood. Zoek een ander experiment.
  • Briefjes en kaartjes sturen naar familie en vrienden.
  • Op tocht gaan en (leren) kaartlezen. Kom ik in een volgende zomerblog nog op terug.
  • Een spelletje petanque, Kubb of badminton? Of bellen blazen?
  • Of wat dacht je van je eigen mini-golfbaan? Voor de gemakkelijke variant moet je enkel krijtjes bovenhalen en een balletje en een slagstok fabriceren (hier de link). Zie je het grootster? Klik dan zeker eens op deze link.
  • Platte rust houden. Verplicht. Mondjes toe, ogen eventueel open om een boek of een strip te lezen. Maar voor de rest: heel erg veel stilte.

Zo, nu wel een beetje gewonnen voor het idee? 🙂 Veel kampeerplezier gewenst!




Ik haalde alles uit de kast

Soms voel je dat ideeën niet aanslaan en dat ze niet zullen worden uitgevoerd. Nadat ik ongeveer 7.000 keer had voorgesteld dat de tiener eens grote kuis zou houden in haar kleerkast (dubbel zo groot als de mijne, maar alsnog veel te klein), besloot ik het over een andere boeg te gooien en een deal te sluiten. We zouden allebei onze kleerkast uitmesten. En dat voorstel haalde het wel.

Ik ben de trotse eigenaar van een halve Pax-kast. Op het gelijkvloers wonen onze reistassen, slaapzakken en luchtmatrassen en op de tussenverdieping zit een lade met 3 sets lakens. Al mijn spullen, met uitzondering van de zakdoeken en mijn badpak (dat vreemd genoeg bij dochterlief in de kast zit), hebben een plekje in die halve kast.

Beeld van de kast voor de doortocht van de stormtroepen:

  • Negeer de rozige schijn; beter dan dit kreeg ik het niet.
  • Ook niet zo fotogeniek, maar wel functioneel: een historisch samenraapsel aan kapstokken.
  • Geen totale wanorde, maar de zwarte bakjes liepen toch een beetje over en de t-shirts vooraan had ik liever anders gezien.
  • Het witte vestje uiterst links maakt deel uit van de outfit die kindlief droeg toen oma en opa in 2013 trouwden. Na 9 jaar heb ik toestemming gekregen de feestkledij naar de zolder te verhuizen.

Beeld van de lege kast:

  • Ik heb een tijdje geleden overwogen om een extra inzetstuk te kopen. Maar die maken ze dus niet meer. En eigenlijk zou een verdeling in 3 stukken in plaats van in 4 beter uitkomen. Maar ik heb geen zin om iets op maat te (laten) maken. Het huidige systeem werkt goed genoeg.
  • Ik heb er ook nog even over gedacht om de kledingroede een klein beetje lager te hangen. De kast is 236 centimeter hoog en afhankelijk van het type kapstok moet ik me net iets te hard uitrekken om hem weg te kunnen hangen. Maar dat zou een probleem (kunnen) opleveren voor de onderkant van mijn truien. En dus bleef de kledingroede hangen.

Beeld van de kast na de doortocht van de stormtroepen:

  • Ik zette 3 bakken klaar: dumpen (compleet versleten), doneren (in goede staat, maar geen tijd/zin om er geld voor te vragen) en dollars (om het in het d-thema te houden).
  • Gedumpt: 3 paar sokken, 5 slips, 1 sweater, 1 tot op de draad versleten broek.
  • Gedoneerd: 1 kleedje (online gekocht en de stof bleek me toch niet te bevallen), 1 sportbroek, 2 bloesjes die ik al zeker 2 jaar niet had gedragen, 1 golfje uit de tijd dat die dingen nog “golf” werden genoemd en geen “cardigan” waren, een scoutstrui en t-shirt.
  • Ik gooide niets in de dollar-bak. Op dit moment focus ik me op de verkoop van speelgoed (en het negeren van mensen die me daarbij proberen op te lichten).
  • Teruggevonden: 2 keer 2 verweesde sokken, die als bij wonder een match waren.

Een virtuele rondleiding? Dat kan!

Onderste rij, van links naar rechts:

  • Sportkledij
  • Bloesjes en hier-komen-we-niet-meer-mee-buiten-t-shirts
  • T-shirts waar ik wel mee buiten kom
  • Bermuda’s

Op de witte plank, van links naar rechts:

  • Nachtkledij
  • Wandelsokken, leggings, panties en bh’s
  • Dagelijkse sokken
  • Slips

Aan de kledingroede, van links naar rechts:

  • Lange truien, sweaters, korte truien (geen idee waarom ik die volgorde heb genomen)
  • Winterkleedjes, zomerkleedjes
  • Rokken (alles door elkaar)
  • Jeansbroeken
  • Stoffen broeken

Ik was zelf een beetje onder de indruk van de hoeveelheid broeken en rokken die ik in de kast heb hangen. Volgens mij kan het met minder. Maar langs de andere kant draag ik ze wel allemaal, dus dat zijn goede punten.

Staan er nog kledingstukken op mijn verlanglijstje? Zeker wel. Leuke bloesjes, met v-hals, zonder tekening, in een stof die ik niet moet strijken, maar die ook weer niet te synthetisch aanvoelt, lang genoeg, maar dan ook weer geen model dat ook dienst kan doen als eenpersoonstent en de mouwen moeten precies lang genoeg zijn. Al weet ik op dit moment niet hoe lang dat dan weer is. Ik moet er dus nog eens over nadenken.

Na mijn schoenencollectie ken je nu ook mijn volledige garderobe. Laat gerust weten wat er nog op je lijstje staat!

Enneuh… vergeet de gids niet 🙂




Zomerblog: internationaal plezier

Je hoeft niet ver te reizen om nieuwe culturen te ontdekken. Een tripje naar de (super)markt is vaak al voldoende. Vandaag dus geen frietjes op het menu, maar wel… Ja, wat eigenlijk?

Begin met het zoeken (en vinden) van een land of streek waarover je meer wilt weten. Woont er iemand in je straat van buitenlandse origine? (Ja, Nederland en Duitsland tellen ook mee.) Ken je iemand die naar Chiliguay reisde? Zag je een leuke serie die zich afspeelt in Hyrule? Wil je zelf ooit naar Pampanero? Allemaal goed!

Tijd voor een culinaire duik, waarbij Google alweer een handje kan helpen. (De lokale bibliotheek trouwens ook, al weet ik niet zeker of er veel Hyruleese kookboeken bestaan.) Zoek niet alleen naar artikels; afbeeldingen spreken vaak meer aan als het over eten gaat.

Welke gerechten worden vaak klaargemaakt in het land dat je hebt gekozen? Verschilt hun eetcultuur van de onze? Worden er producten gebruikt die wij niet of amper kennen?

Zoek een niet te moeilijk gerecht uit waarvan je denkt dat je het zelf lekker zult vinden. Of regel anders dat jij enkel moet koken en ’s avonds toch nog frietjes mag eten. Zoek het recept en noteer de ingrediënten op een lijstje. Sommige dingen heb je misschien al in huis, andere zal je moeten kopen.

Toen ik nog klein was (en de dieren spraken) was het aanbod in de meeste supermarkten zeer westers. Tegenwoordig moet je nog weinig moeite doen om kokosmelk, ras-el-hanout of edamame te vinden. Lukt het toch niet in de winkel, probeer dan eens op de markt. Hier vind je een lijst van alle markten in de provincie Antwerpen. De ene markt is natuurlijk de andere niet, maar op de exotische markt van Antwerpen (“vreemdelingenmarkt”) kom je op zaterdag waarschijnlijk wel aan je trekken. Gespecialiseerde supermarkten? Google op “Poolse supermarkt”, “Aziatische supermarkt” of wat dan ook. Of vraag even rond op social media. Ze zijn vaak veel dichterbij dan je denkt!

Alles in huis? Heb je nog tijd om een mooi menu te maken? Of de tafel chique te dekken? Zet anders ook wat Chiliguayaanse achtergrondmuziek op. Dat zorgt voor extra sfeer. En leg je deftige kleren alvast klaar voor wanneer je aan tafel gaat.

Tijd om je schort aan te trekken! Lees het recept een paar keer goed door voor je achter de potten kruipt. Alles moet NU duidelijk zijn. Liggen alle ingrediënten klaar? Welke potten heb je nodig? Welke stap komt eerst? Moet de oven voorverwarmd worden? Heb je ergens hulp bij nodig?

En dan vertrek je op avontuur. Plots ruik je geuren die je niet kent en proef je nieuwe dingen. Want koken zonder te proeven, dat bestaat toch niet? Spannend, niet? Vergeet achteraf zeker geen foto van je creatie te maken. En eventueel ook van de keuken 🙂

Mijn kind is een viesneus. Dit gaat nooit lukken. Jij kent je kind beter dan wie ook. Is een volledige maaltijd te hoog gegrepen, probeer dan een voorgerecht of dessert. Of een nieuw stuk fruit? Of speel op veilig en kies voor een gerecht dat al gekend is, maar pas de kruiding aan. Maak wat meer tamtam rond het aankopen en inkleden van het evenement dan rond het eten zelf. (In het slechtste geval kies je voor Japanse snoep. Dat lust iedereen.)

En wat met voedselallergieën? Onbekend eten en voedselallergieën zijn vaak een moeilijke combinatie. Het voordeel van zelf koken en zelf inkopen doen, is dat je alle ingrediënten uitgebreid kan screenen. Ik zou me bij voorbeeld wel durven wagen aan een Indisch recept, maar Indisch gaan eten is geen evidentie met een pinda-allergie. Goed lezen en jezelf informeren is dus de boodschap. En in geval van twijfel kies je een ander gerecht.

Ik heb geen zin om uren op internet te zitten zoeken naar recepten. Albert Heijn helpt je graag verder met een hele resem wereldkeuken-recepten. Vermoedelijk zullen ze minder authentiek zijn dan in het land van oorsprong, maar je bent in elk geval wel zeker dat je alle ingrediënten in de winkel vindt. Geen excuses dus; tijd om internationaal te gaan!




7 productiviteitsregels die ik aan mijn laars lap

Ik ben, zoals dat in schoon Vlaamsch heet, een kenniswerker. Een bureaubeest dat zich tot een propje ellende ontwikkelt wanneer de stroom uitvalt en/of het internet niet meewerkt. Ik ben fan van containerbegrippen als “productiviteit”, “efficiëntie”, “visie” en “structuur” en heb het iets moeilijker met ongeplande of structurele chaos, onverwachte stoorzenders en algehele vaagheid.

Boeken over productiviteit, tijds- of energiemanagement? Ik lees ze graag. Maar ik volg ze zeker niet blindelings. In tegendeel. Een aantal productiviteitsregels lap ik zelfs vierkant aan mijn laars. Want ik weet wel beter. Nah!

Regel 1: begin je dag NIET met het checken van je e-mail

Ik doe dat wel. ’t Is te zeggen: Outlook start standaard op in agendaweergave (ja, je kan dat aanpassen), maar nadat ik mijn dag snel heb overlopen, switch ik toch naar mijn inbox. Want ik leef niet op een eiland. En ik ben een deeltijdser. Ik werk op maandag, dinsdag en donderdag in loondienst, maar de rest van de wereld draait op mijn vrije dagen gewoon door. Afspraken worden afgezegd, vergaderingen op een nieuw moment ingeroosterd, extra info doorgemaild. Ik zou wel gek zijn om zonder mijn inbox te checken aan focustaken te beginnen.

Regel 2: je bent productiever met de 2-minuten-regel

David Allen verkondigde in Getting Things Done (overigens een schitterend boek) dat je elke taak die je binnen de 2 minuten kan doen, ook meteen moet doen. Leuk idee, maar laten we dan vooral alle notificaties afzetten. Anders fladder je de hele dag rond, zonder aan grote taken toe te komen.

Die mailbox ’s ochtends? Ik scan mijn mails. Onzin gaat er ogenblikkelijk uit, andere mails krijgen een kleurtje afhankelijk van de categorie waartoe ze behoren. Antwoorden doe ik niet. Ook al zou dat telkens minder dan 2 minuten in beslag nemen. Want na een paar werkvrije dagen kan ik me een hele voormiddag met mijn mailbox amuseren. Doe ik dus niet. Scan agenda, scan mailbox, check wijzigingen, aan het werk!

Regel 3: plan je agenda efficiënt

Meestal wordt er dan bedoeld: prop zoveel mogelijk in je dag. Taken die langer dan een half uur duren zijn een agenda-item, andere taken noteer je elders. Opnieuw: ik leef niet op een eiland. Vergaderingen lopen uit, sollicitanten missen hun bus, er gebeuren zaken op de werkvloer,… Ik probeer genoeg marge in mijn agenda in te plannen om die dingen er bij te nemen. Tijd over? Dan schuif ik zaken naar voor. Tijd te kort? Da’s vloeken. Micromanagement, waarbij je op voorhand je hele planning nokvol steekt; ik begin er niet aan. Ook al oogt zo’n volle agenda wel mooi.

Regel 4: doe het moeilijkste werk/je focuswerk eerst

In een ideale wereld, graag. Nadat die mailbox bekeken is. Maar soms ligt er zoveel ander werk dat ik er onrustig van word en er van dat focuswerk sowieso niets in huis zou komen. Dan gooi ik mijn agenda met plezier even om. Kwestie van toch iets gedaan te krijgen die dag.

Regel 5: multitasken is slecht

Het hangt er maar vanaf wat je probeert te combineren. 2 activiteiten die veel hersenactiviteit vragen is inderdaad geen geslaagde match, maar je klassement uitmesten terwijl je heel-erg-lang-in-wacht-hangt valt misschien wel te proberen.

Regel 6: je tijd is beperkt, dus gebruik elke seconde productief

Hoe definieer je “productief”? Ook op drukke dagen neem ik pauze en strek ik mijn benen tijdens een wandeling. Net door die mentale rustpauze kan ik daarna met vernieuwde energie (en soms zelfs nieuwe inzichten) verder. Dat doe ik trouwens ook als ik ergens op vastloop. Even “niksen” of iets anders doen kan heel productief werken.

Regel 7: zaken die je al hebt afgehandeld, zet je niet alsnog op je to do lijst om ze gewoon te kunnen doorstrepen

Soms wel. Het mag dan een compleet nutteloze actie zijn; er zijn zo van die dagen waarop je dat soort aanmoedigingen écht wel nodig hebt!

En jij? Welke productiviteitsregels zijn voor jou heilig? Wat werkt wel en wat werkt helemaal niet? Laat het me weten!




Zomerblog: kunst op straat

Onze burgervader, Bart De Wever, liet begin juli op Instagram weten in de Gaston Berghmandreef in Merksem een mooie muurschildering te hebben onthuld in de aanwezigheid van de weduwe en de familie van Gaston. Tot anderhalf jaar geleden associeerde ik het woord muurschildering eerder met archeologische opgravingen, maar sinds ik wat meer in stadsomgevingen ging wandelen, weet ik wel beter.

De blog van vandaag, lieve lezer, gaat over street art!

Street art is een kunstvorm gerelateerd aan de graffitibeweging. Onder street art vallen diverse illegaal of legaal aangebrachte kunstuitingen aan de openbare weg die niet onder de pure graffiti vallen en evenmin tot de officiële kunst behoren. Street art komt voor in de vorm van stickers, sjabloondruk en posters, maar ook eigenmachtig geplaatste beelden, muurschilderingen en mobielen vallen hieronder.

Het grote verschil tussen graffiti en andere street art is dat het bij graffiti vaak primair om decoratieve naamtags gaat (en dus om de makers) en dat bij street art meestal de afbeeldingen en de boodschap erachter belangrijker zijn. Het kwaliteitscriterium voor graffiti is de moeilijkheidsgraad en voor street art de originaliteit en uitdrukkingskracht. Veel makers van street-art werken anoniem en verspreiden afbeeldingen zonder tekst of signatuur.

Wikipedia

En het leuke is… street art is tegenwoordig overal aanwezig en helemaal gratis!

Op zoek naar street art in je buurt of in de omgeving van je vakantielocatie? Google dan op “streetart” + “locatie” en je hebt binnen de kortste keren enkele adressen of zelfs een uitgetekende wandeling te pakken.

Hieronder alvast een aantal tips:

  • Street art site van de stad Antwerpen . Antwerpen stad, Luchtbal, Deurne, Merksem, Borgerhout, Berchem,… zowat in alle districten valt er straatkunst te rapen!
  • Street Art Cities . Interactieve map met locaties, foto’s en extra info. Werkt minder vlot op smartphone, maar wel goed gezelschap bij het voorbereiden van je tripje.
  • Route You . Zoeken op “street art” en je krijgt leuke wandelingen te zien.

Street art over de grens?

  • Goes heeft toffe dingen in de aanbieding (en is daarnaast een leuke stad).
  • Shoppen in Breda? Je kan de Blind Walls Gallery, “het museum op straat”, amper missen!
  • En ook in Eindhoven valt één en ander te rapen.

Op zoek naar meer “verhaal”? Ga eens op zoek naar stripmuren! De stad Antwerpen telt 14 stripmuren (hier de link); in Brussel is het aanbod nog groter (hier de link). Altijd fijn om je striphelden op super groot formaat te zien! Ook hier is Google je vriend. Zoeken op “stipmuur” + “locatie” en je bent vertrokken.

Een relatief nieuw fenomeen zijn de bestickerde nutskasten. Bij ons in de wijk kregen 23 nutskasten 2 jaar geleden een kleurige make over (hier de link, met daarop alle locaties – leuke wandeling!). Maar ook in andere districten zijn fijne tekeningen te vinden. Of op de Bredabaan in Brasschaat, om maar iets te zeggen. Surf even naar Tour Elentrik om nog meer adressen te ontdekken.

Street art in de erg brede zin? In ons district kan je dankzij Kabouter Nestor en familie op kabouterjacht. Misschien vallen er bij jou in de buurt ook wel leuke voortuin-kunstwerkjes te spotten?

Dus? Euh? Wat doe ik er mee?

  • Allereerst is er het plezier van de voorbereiding: waar ga je naartoe, hoe reis je, welke route kies je, wat neem je mee?
  • Daarna begint het échte avontuur: de weg vinden, kunst spotten en bestuderen. Wat zie je? Wie is de artiest? Is het jouw stijl? Waarom zou net die locatie gekozen zijn? Neem je een foto? Vanuit welke hoek?
  • En dan thuis: goesting gekregen om zelf kunst te creëren? Haal je krijtjes boven en trek naar buiten. Niets zo leuk als krijten op de stoep! Regent het? Haal een oude rol behangpapier boven of kleef enkele A4-tjes aan elkaar en ga daar mee aan de slag. Maak zo je eigen collectie. En als je afspreekt met een aantal vrienden, kunnen jullie je eigen kunstparcours door het dorp maken. Hoe cool is dat?




Nieuw boek: “Ik zen” – bestel nu!

Meer info? Bestellen? Kijk bij “boeken”!